Ondanks de crisis wil het kabinet tot 2027 naast de jaarlijkse post van 700 miljoen voor het handhaven van natuur nog 200 miljoen extra investeren in nieuwe natuur.
Citaat: “Deze afspraken zijn niet alleen goed voor de natuur en iedereen die van de natuur geniet, maar ook voor de economie. Investeren in natuur levert direct 1000 tot 1500 arbeidsplaatsen op voor beheer en inrichting van nieuwe natuur. Verder zijn er goede afspraken gemaakt over de financiering van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Met deze zogeheten PAS wordt vastgesteld hoeveel verantwoorde ontwikkelingsruimte er is voor bedrijven, wegen en boeren. Volgens een onderzoek van de provincies zou deze ontwikkelingsruimte 40 duizend nieuwe arbeidsplaatsen op kunnen leveren.
We hebben afgesproken om een robuust Natuurnetwerk Nederland te vormen, waarbij er in 2027 zo’n 80 duizend hectare nieuwe natuur is ingericht. Dit doen we door agrarische grond zoals weilanden om te vormen tot natuur, waardoor we bestaande natuurgebieden kunnen vergroten. Dit is hard nodig om de biodiversiteit van Nederland op peil te brengen en om ervoor te zorgen dat wij allemaal ook in de toekomst kunnen genieten van prachtige Nederlandse natuur”.
Bron: Mooie natuur die banen oplevert. Sharon Dijksma.
Nu wil ik niet overdrijven met mijn economische kennis, maar mijn boerenhart sloeg volkomen op hol bij het lezen van deze fabelachtige voorstelling. Ten eerste de PAS, de bedoeling hiervan is de uitstoot van stikstof door bedrijven, verkeer en landbouw terug te dringen. Het eerste effect hiervan is kosten verhogend er zullen nieuwe technieken ontwikkeld moeten worden die dat probleem gaan aanpakken. Dat gaat ongetwijfeld ten koste van de concurrentiekracht met het buitenland, maar goed ik geef de PvdA hiermee het voordeel van de twijfel. Een ander punt is het inleveren van 80.000 ha cultuurgrond voor natuur. Even een rekensommetjes dan maar. Op één ha. grasland produceert een melkveehouder al gauw 15000 liter melk, met uitschieters naar heel intensief van 20.000 liter per ha. Die 15.000 liter a 40 cent (incl. omzet en aanwas) heeft een opbrengst van 6000 euro. Maar daarvoor moeten ook kosten (toeleveringsbedrijven, kunstmest, loonwerk, krachtvoer, energie, advies en administratie), voor gemaakt worden en die zitten omgerekend ook al gauw op 40 cent per liter. Boeren leven nu eenmaal van subsidie, en ach dat domme boerenwerk, dat doen ze er zo even bij. Eén ha natuur kost in Nederland Jaarlijks 1000 euro. Hoe onze rood-groene rakkers het voor elkaar boksen om op papier banen te scheppen door een bruto omzet van 500 miljoen te schrappen en plaats te laten maken voor een kostenpost van 280 miljoen euro is mij een raadsel. Bovendien er wordt jaarlijks 700 miljoen aan de staatskas onttrokken voor het in stand houden van natuur. Dat bedrag staat gelijk aan 14000 maal een baan met een bruto salaris van ca. 50.000 Dit geld is dus niet beschikbaar is voor een betaalde baan, maar de overheid maakt de grove fout te redeneren dat geld dat onttrokken wordt aan de economie en elders word geïnvesteerd hetzelfde rendement oplevert qua banen als wanneer dit door het bedrijfsleven zou gebeuren.. Dit soort logica komt dan van een minister/staatssecretaris die is aangenomen om een land te besturen?(zou het ermee te maken hebben dat ze (mevr. Dijksma) haar beide opleidingen niet voltooit heeft?? (Rechten, Rijksuniversiteit Groningen (niet voltooid) en bestuurskunde, Universiteit Twente (niet voltooid)
Natuur, goed voor de werkgelegenheid??
Sahara
Als het principe van Sharon Dijksma klopt, dat natuur goed is voor werkgelegenheid, dan doen we toch iets verkeerd in Nederland. Laten we eens gaan kijken in bv. Democratische Republiek Congo. Daar ligt nog een stuk ongerepte natuur zo groot als heel West Europa. Laten we daar de bevolking eens vragen of natuur goed is voor de werkgelegenheid. Of laten we anders dezelfde vraag stellen aan het volk in heel Noord Afrika, de Sahara, ongerepte woestijn is immers ook natuur. Natuur zelf is alleen van economische belang als er een bepaald welvaartsniveau is bereikt. Maar als die welvaart onder druk staat, de zorg wordt afgebroken en het aantal potentiële kandidaten voor de voedselbank net als het aantal gevallen van stille armoede stijgt, dan moet je met dit soort luxe uitgaven even een pas op de plaats maken. Voor een staatssecretaris van de PvdA die die dit soort logica prevaleert vóór de problemen van de gewone man is het een gotspe. En dat meen ik.
Even een andere kijk op een gangbare opinie: Let op dit is satire!
Ooit las ik in een duidelijk christelijk georiënteerde overlijdensadvertentie van iemand die in haar/zijn vrije tijd graag mocht vertoeven in de natuur, het volgende. “Ze was een natuurliefhebber en hield van de natuur. Houden van de natuur is hetzelfde als houden van God. Want God, dat is de natuur”. De nabestaanden hadden zichzelf hiermee uitgeroepen tot testamentair executeur over de persoonlijke religieuze belevenis van hun dierbare overledene. Wat de persoon daar zelf van gevonden zou hebben zullen we maar in het midden laten.
Maar het idee was al eerder geboren. Spinoza omschreef het als volgt. “De natuur is een substantie, is eeuwig en oneindig en omvat alle stof”. God is ook oneindig, eeuwig en omvat alle stof. Als de natuur en God identieke eigenschappen hebben dan zijn ze dezelfde, dus de natuur is god”. Logisch toch?? Dit idee heeft al bij veel mensen postgevat en inmiddels is de natuur als het ware een tweede of zelf de eerste en enige religie geworden. Voor al deze nieuwe gelovigen moeten er natuurlijk wel plaatsen (tempels) geschapen worden waar men regelmatig, zodra het weer, oeps,, de natuur cq God, het toelaat de gelovigen daar in alle rust en stilte samen kunnen komen om hun nieuwe god te aanbidden.
Bargerveen
Een van die nieuwe tempels, cq kathedralen, staat hier vlakbij met de klinkende naam: “Het Bargerveen”. Vrome eco-profeten, dienaars, hogepriesters en architecten van deze nieuwe tempels komen regelmatig bijeen om hun nieuwste bevindingen over de noodzaak van de bouw en uitbreiding van hun kathedraal aan de onderdanige (on)gelovigen uit te leggen. Voor de offergaven gaan ze niet meer met de klingelpuut rond maar alle financiële middelen zijn wettelijk geregeld zodat allen, vóór en tegenstanders aan hun heilige plannen meebetalen. Het moderne grasland en akkerland moet wijken voor het wassende water voor de nieuwe natuur. Want zo beweert men, natuur is goed voor de economie. Even wachten, als natuur goed is voor de economie, dan moeten de tegenhangers van die natuur, agglomeraties, landbouw en industrie dus slecht zijn voor die economie. Dus de plaatsen waar de meeste economische activiteit heerst zijn slecht voor de economie en die plaatsen waar weinig of geen economische activiteit heerst is juist goed voor die economie?? Die logica ontgaat me een beetje. Ik heb een vaag vermoeden dat deze dames/heren hiermee vooral hun eigen micro-economie bedoelen.
Daarbij is bij hun het lange termijn totaalplaatje van wat natuur is een beetje uit beeld verdwenen, want als God, oeps… moedernatuur heeft bepaald dat miljoenen jaren geleden de dinosaurussen, de mammoet en de wolharige neushoorn zijn uitgestorven, dan is dat ook natuur.
Dat ca 3500 jaar geleden in het Midden-Oosten langzaam de woestijnvorming is begonnen, dan is dat ook natuur. Het natuurverschijnsel woestijn is, (waar men zo laatdunkend naar refereert, want zo schrijven de eco-profeten, vooral grasland is een ecologische woestijn), uiteraard ook natuur. Het kilometersdikke ijs-landschap dat Europa ooit domineerde en ooit terug zal keren (en de mensheid waarschijnlijk zal decimeren), is uiteraard ook natuur. Als in Afrika of waar dan ook de gnoes en zebra,s door overbegrazing het ecosysteem veranderen waardoor er een nieuw evenwicht ontstaat, dan is dat ook natuur.
Het is een ijzeren natuurwet dat de soort die het meest succesvol is alle andere soorten domineert. Dat de meest succesvolle soort, de mens zo talrijk is geworden en daardoor ook het ecosysteem veranderd, dan is dat natuurlijk toch ook natuur??
Maar dat in een afgebakend terrein, de Oostvaardersplassen, elk jaar duizenden heckrunderen en konikpaarden van honger creperen, noemen onze eco-profeten zonder enige gene ook natuur.
Oostvaardersplassen.
Maar als de natuur oneindig wijs en goed is en de natuur God is, waarom moeten de meest fanatieke eco-relish dan zelf voor God spelen???
Waar blijft de eco-inquisitie om deze godslasteraars voor het tribunaal te slepen??
Nadat de vorige staatssecretaris Henk Bleker met zijn bezuinigingsplannen een dikke streep zette door de ambities van vele natuurbeheerders en daarmee gelukkig ook door het plan voor een bufferzone langs het Bargerveen, heeft zijn opvolgster Sharon Dijksma de beurs weer getrokken om alle haperende natte dromen weer vlot te trekken. Want waar gaat het mbt de bufferzone in het hele circus nou eigenlijk om? Er sijpelt water diep in de ondergrond uit het Bargerveen, dus het Bargerveen verdroogt is de stelling. Om het Bargerveen te redden van een dreigende ondergang, moet het veenmos dat verantwoordelijk is voor het levend hoogveen, flink nat gehouden worden.
Daarvoor is volgens natuurbeheerders een stabiele waterspiegel noodzakelijk, wat volgens de beheerders te realiseren is door parallel aan de Dr. Ir. H.A. Stheemanstraat een strook van 500 meter breed landbouwgrond onder water te zetten.
De grote vraag die dit oproept is natuurlijk, hoe belangrijk is die stabiele waterspiegel nou eigenlijk?
Daarvoor moeten we eerst even kijken naar de eigenschappen van het veenmos, (Sphagnum cuspidatum) waar er ca. 200 soorten van bestaan en er in het Bargerveen inmiddels weer 15 soorten zijn waargenomen.
1. Het veenmos moet het uitsluitend hebben van regenwater.
2. Veenmos is een kleine, primitieve sporenplant die tot 25 keer haar eigen gewicht aan (regen)water kan vasthouden.
3. Door speciale wateropnemende cellen werkt veenmos als een soort spons die het water meters boven het grondwaterpeil van de omgeving kan uittillen en regenwater kan vasthouden.
4. Door deze eigenschap is veenmos niet strikt gebonden aan natte leefgebieden, maar kan het ook in drogere omstandigheden groeien: door water op te slaan creëert veenmos immers zijn eigen natte milieu.
5. Veenmos groeit aan de bovenkant aan, terwijl het aan de onderkant afsterft. Zo ontstaat er een dikke laag dood plantmateriaal dat veen wordt genoemd.
6. Het kan enige beschaduwing verdragen, en verkleurt dan meestal naar groen.
7. Ook kan de plant tegen een korte, tijdelijke verdroging!
8. Ook al sterft de plant af, door de conserverende werking worden de zaden goed bewaard en komen bij gunstige omstandigheden weer tot ontkieming.
En wat is het berekende (verwachtte) effect van de bufferzone, want dat was toch wel het belangrijkste argument voor de bufferzone.
In het rapport Advies over de bufferzone komen we o.a. het volgende tegen.
Advies over bufferzone Bargerveen.
Deskundigenteam Nat zandlandschap en het voormalige deskundigenteam Hoogvenen
Drs. G.A. van Duinen, Dr. A.J.M. Jansen (redactie), Prof. dr. J.G.M. Roelofs, Dr. S. van
der Schaaf , Dr. J. Schouwenaars.
Citaat: “De gemiddelde wegzijging in de genoemde 700 meter-zone (ad zuidgrens binnen het reservaat) is berekend op ongeveer 0.37 mm. per dag”.
Berekende effect van een bufferzone van 500 meter:
“De wegzijging in de 700 meter zone wordt dan berekend op ongeveer 0.31 mm per dag”.
Let wel, dit zijn aannames, geen garanties!
Omgerekend in het eerste geval is dit dus 135 mm op jaarbasis.
Na realisering van de bufferzone wordt de wegzijging dan 115 mm op jaarbasis.
Dus in een land waar jaarlijks ruim 800 mm regen valt gaat een reductie van slechts 20 mm het Bargerveen redden?
Dat kan toch niet waar zijn?
Geen enkel weldenkend mens zal op basis van een gedegen kosten/baten analyse tot een dergelijk besluit zijn gekomen. Maar in de politiek en met name als het gaat om natuur, gelden heel andere maatstaven en spelen er persoonlijke ambities van politici mee. Zoals blijkt uit een reactie in de rechtszaal van Dhr. Rein Munniksma tegen een aldaar protesterende en procederend agrariër;
“Hoe je ook protesteert en tegenstribbelt, die bufferzone, die ga ik doen!”
Zo als u ziet, doen argumenten ook hier niet meer ter zake.
Om over de bijkomende bezwaren nog maar te zwijgen?
• Weer ruim 400 ha minder cultuurgrond ter beschikking voor agrariërs voor de broodnodige vruchtwisseling en schaalvergroting. (250 ha ad zuidgrens en ca 150 ha ten noorden vh Bargerveen).
• De bufferzone komt zo goed als onder water te staan, en kan dan geen extra water meer bergen (bufferen) in geval van een calamiteit, (100 mm neerslag in 24 uur) komt er 250.000 m3 water ineens richting Schonebekerdiep en Nieuw Schoonebeek.
• Extra muggenoverlast.
• Ganzen overlast, vreten graslanden kaal en besmetten de graslanden én het Bargerveen met hun uitwerpselen…
Het Bargerveen is een uniek en prachtig hoogveenreservaat in Zuid-Oost Drenthe.
Het Bargerveen, dat midden in ’t Veenland ligt, is één van de twee gebieden in Nederland waar nog levend hoogveen is. Slechts een restant en niet meer in perfecte staat. Van de oorspronkelijke mosrijke begroeiing was tot voor kort geen sprake meer. De vegetatie bestond grotendeels uit vochtige en droge hei en berkenbos. Vanaf 1968 groeide het besef dat zonder ingrijpen een kostbaar stuk natuur verloren dreigde te gaan en daarmee allerlei unieke planten- en diersoorten. Een deel van het veengebied Bargerveen werd opgekocht door de overheid en overgedragen aan Staatsbosbeheer.
Dat het Bargerveen een uniek en een prachtig stukje natuur is, daar zijn vriend en vijand het wel over eens.
Probleemstelling.
Probleem is volgens de deskundigen, ergens diep in de ondergrond zit een lek en sijpelt het water langzaam uit het Bargerveen, dus het Bargerveen droogt uit, aldus de deskundigen, daarbij ondersteund door dure rapporten waarvan de betrouwbaarheid van uitkomst moeilijk te controleren valt. Om deze vermeende “verdroging” tegen te gaan hebben de natuurbeheerders het onzalige plan opgevat om een “natte” bufferzone ten zuiden van het reservaat aan te leggen, een nogal ingrijpende kostbare zaak die 250 ha goede landbouwgrond opslokt.
Bescherming uniek hoogveengebied
Maatregelen in en rond het Bargerveen moeten voorkomen dat het hoogveen dat in honderden jaren is ontstaan door verdroging verloren gaat. Daarvoor is een grote bufferzone van 250 ha nodig aan de zuidkant van het Bargerveen.
Veronderstellingen aangaande de verdroging van het Bargerveen en de mogelijke gevolgen.
Het begint met de veronderstelling: Als!! “Als het Bargerveen verdroogt”, en dan volgen er een aantal aaneenschakelingen van mogelijke gevolgen die een rampscenario voor het Bargerveen moeten voorstellen.
Hier een uitspraak van Rein Munniksma: “Als dat het Bargerveen eenmaal droog komt te staan en het veen inklinkt, is het reddeloos verloren”.
“Eén droge zomer en de herstelwerkzaamheden zijn weer terug bij af”, dat is wat ecologisch adviseur Dolf Logeman zelfs durft te beweren in zijn blog.
Pardon? Het Bargerveen weer uitdrogen? Is het echt waar, wat Logeman en de gedeputeerde hier met droge ogen beweren? En het antwoord op deze vraag is zeer belangrijk, het zijn immers deze argumenten die de aanleg van een bufferzone rechtvaardigen! Dat rampscenario, als gevolg van uitdrogen, is daar enig bewijs voor? Hoe groot is de kans dat het Bargerveen weer zo droog komt te staan als pakweg 20 jaar geleden? Hoe groot is die kans daarop? Is dat erg en hoe rampzalig is dat dan?
Het kurkdroge Bargerveen tijdens de turfwinning
Volgens mij hebben we vergelijkingsmateriaal uit het verleden. Het Bargerveen heeft namelijk meer dan een halve eeuw droog gestaan ten behoeve van de turfwinning, daarvoor werden diepe sloten gegraven voor de totale afwatering tot op het zand. In de zomer joegen dikke stofwolken over het turfwinningsgebied. Is daar iets van bekend van blijvende schade aan het veenpakket? Naar de uitspraken en maatstaven van Munniksma en Logeman zou het Bargerveen nu dus als reddeloos verloren moeten worden beschouwd. Volgens andere deskundigen gaat het echter helemaal niet slecht met de flora en fauna, het veen en de veenvorming in het nieuwe natuurgebied.
Amper 20 jaar nadat de laatste turf werd afgegraven spreken diverse enthousiaste commentaren heel andere taal .
Citaat. ”Na Verschillende maatregelen, zoals het omhoog brengen van het waterpeil door een dammenstelsel,hadden tot doel het veen nieuw leven in te blazen. En met succes!
In de ondiepe, natuurlijke bassins die door de indamming ontstonden, vond explosieve groei van veenmos plaats. Natuurbeheerders waren razend enthousiast.” Bron: http://www.stobbe.nl/actiepagina/bargerveen
Hier een fragment uit het document:
Document PAS-analyse aangepast Herstelstrategieën voor Bargerveen.
Deze analyse is opgesteld door Erwin Adema, Willem Molenaar, Sies Krap en Arjan Stroo.
De herziening, dat wil zeggen de aanvulling en het up-to-date maken, is gedaan door Arnout-Jan
Rossenaar met medewerking van Sies Krap, Erwin Adema en Jobien Veninga (december 2012).
Dolf Logemann heeft deze versie aangevuld met vogels en de maatregelen uit het beheerplan
(versie mei 2013).
“Het OBN-Deskundigenteam stelde tijdens een veldbezoek in februari 2013 vast dat er een flinke
groei zit in het areaal actief hoogveen in het Bargerveen en dat ook elders de omstandigheden voor actief hoogveen snel gunstiger worden (Jansen, A.J.M, c.s. 2013). Uit dit verslag komt ook de volgende beschrijving:
Ten opzichte van de eerste veenmoskartering in 1987 is er in de hoogveenkern van het Meerstalblok nauwelijks nog open water met Waterveenmos. De compartimenten tussen de dijkjes zijn anno 2013 dichtgegroeid met dikke kraggen met uitgestrekte vlakten (lawns) van fraai veenmos ontstaan met veenpluis en witte snavelbies als aspectbepalende soorten en hier en daar vijfrijig veenmos en de eerste bultvormende veenmossen (wrattig veenmos, soms hoogveenveenmos).
In de oudste bassins uit 1970 blijft de ontwikkeling van actief hoogveen nog achter. Een mogelijke oorzaak is de moeizame verbreiding van de bultvormende soorten. Waar wrattig veenmos en hoogveen-veenmos zijn geïntroduceerd, blijken deze soorten zich wel uit te breiden.
Het lijkt er op dat de omstandigheden in de oudste bassins wel geschikt zijn voor de groei van de bultvormende veenmossen, maar dat ze deze nog niet goed hebben kunnen bereiken. In de natte heide ten westen van de grote meerstal zijn sinds 1986 twee grote vlakken met actief hoogveen ontstaan uit een veenmosrijke natte heide. In vergelijking met 1986 zijn deze vlakken ook veel
natter geworden”.
U ziet, de diverse analysen spreken zichzelf tegen.
De grote vraag die dit oproept is natuurlijk, hoe belangrijk is die stabiele waterspiegel nou eigenlijk? Daarvoor moeten we even kijken hoe ( levend) hoogveen zich vormt en de eigenschappen van het veenmos dat daarvoor verantwoordelijk is.
“Laagvenen worden gevoed door zowel het grondwater als het regenwater. Hoogvenen zijn sterk vernatte ecosystemen die uitsluitend gevoed worden door regenwater””
Samenvatting van de eigenschappen van het veenmos, (Sphagnum cuspidatum) waarvan er ca 200 soorten bestaan en er in het Bargerveen inmiddels weer 15 soorten zijn waargenomen.
*Het veenmos voedt zich uitsluitend met regenwater.
*Veenmos is een kleine, primitieve sporenplant die to 25 keer haar eigen gewicht aan (regen)water kan vasthouden.
*Door speciale wateropnemende cellen werkt veenmos als een soort spons die het water meters boven het grondwaterpeil van de omgeving kan uittillen en regenwater kan vasthouden.
*Door deze eigenschap is veenmos niet strikt gebonden aan natte leefgebieden, maar kan het ook in drogere omstandigheden groeien: door water op te slaan creëert veenmos immers zijn eigen natte milieu.
*Veenmos groeit aan de bovenkant aan, terwijl het aan de onderkant afsterft. Zo ontstaat er een dikke laag dood plantmateriaal dat veen wordt genoemd.
*Het kan enige beschaduwing verdragen, en verkleurt dan meestal naar groen.
* Ook kan de plant tegen een korte, tijdelijke verdroging!
*Op het moment dat zich een nieuwe acrotelm (de laag van levende veenmossen vormt samen met de direct daaronder gelegen laag van recent afgestorven veen de zogenoemde acrotelm), heeft kunnen ontwikkelen, zal het systeem zelf schommelingen is de waterstand kunnen reguleren en is daarmee veel minder kwetsbaar voor waterstandfluctuaties.
* Ook al sterft de plant af, door de aseptische conserverende werking worden de zaden (sporen) goed bewaard en komen bij gunstige omstandigheden weer tot ontkieming.
En daar, beste dames en heren, daar hebben we het bewijs, het tegendeel van wat o.a. Munniksma en Logeman beweren.
En wat is het verwachtte effect van de bufferzone op de grondwaterstand, want dat was toch wel het belangrijkste argument voor de bufferzone.
In het rapport Advies over de bufferzone kom ik o.a. het volgende tegen.
Advies over bufferzone Bargerveen.
Deskundigenteam Nat zandlandschap en het voormalige deskundigenteam Hoogvenen
Drs. G.A. van Duinen, Dr. A.J.M. Jansen (redactie), Prof. dr. J.G.M. Roelofs, Dr. S. van
der Schaaf , Dr. J. Schouwenaars.
Citaat: “De gemiddelde wegzijging in de genoemde 700 meter-zone (ad zuidgrens binnen het reservaat) is berekend op ongeveer 0.37 mm. per dag”.
Berekende effect van een bufferzone van 500 meter:
“De wegzijging in de 700 meter zone wordt dan berekend op ongeveer 0.31 mm per dag”.
Omgerekend in het eerste geval is dit dus 135 mm op jaarbasis.
Na realisering van de bufferzone wordt de wegzijging dan 115 mm op jaarbasis. (Let wel, dit zijn berekeningen, geen garanties). Dus in een land waar redelijk verdeeld over het jaar ruim 800 mm regen valt, gaat een (verwachtte) reductie van 20 mm het veenmos en het Bargerveen redden?
Dat kan toch niet waar zijn? Geen enkel weldenkend mens zal op basis van een gedegen kosten/baten analyse tot dit besluit zijn gekomen. Maar in de politiek en met name als het gaat om natuur gelden er andere maatstaven. Bovendien, zo blijkt, spelen er persoonlijke ambities van sommige politici mee. Zoals blijkt uit een reactie in de rechtszaal van Rein Munniksma tegen een aldaar protesterende en procederend agrariër;
” Hoe je ook protesteert en tegenstribbelt, die bufferzone, die ga ik doen!”
Conclusie.
Nee, die bufferzone gaat het Bargerveen niet redden van die vermeende quasi verdroging, het enige dat de bufferzone gaat redden is het ego van de Groene Kmher
Het offer voor het Bargerveen, (de kosten, 20 miljoen voor nieuwe bufferzone`s) zijn naar mijn mening buitenproportioneel, het ontbreekt de beheerders naar mijns inziens alle realiteitszin, zijn de rede en ratio volledig uit het oog verloren. In hun euforie over natuurbeheer is men kennelijk vergeten dat bv de Zuidpool en de Sahara met hun barre omstandigheden ook natuur is. Alleen, dat is niet de natuur die onze natuuraanbidders graag zien. Hun visie op natuur is dus behoorlijk selectief. Zij zetten in op biodiversiteit en willen een kunstmatige situatie herscheppen die alle voorgaande generaties hebben bestreden.
“De medische biologie toont bijvoorbeeld, hoe de wereld voor mensen veiliger werd met minder biodiversiteit. De entomoloog (insectkundige) Bart Knols –onder andere werkzaam voor het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam – beschreef in zijn boek ‘Mug’ hoe ons land afgelopen eeuw malariavrij werd. Dit lukte dankzij een gerichte overheidscampagne tegen met malariaparasieten besmette Anopheles-muskieten. Bestrijdingsmiddel DDT en ontginning van moerasgebied, waren de belangrijkste succesfactoren.””
“Jaarlijks overlijden zo’n 725.000 mensen aan muggensteken. Niet aan de jeukende bultjes die de Nederlandse muggen opleveren, maar aan de gemene virussen die muggen – vooral in de tropen – overbrengen. Denk aan malaria (600.000 doden per jaar), maar ook knokkelkoorts, gele koorts en een hersenontsteking die in Japan ‘de pest van het Oosten’ genoemd wordt, worden door muggen verspreid”. Bron: Trouw.
Je kunt niet meer streven naar omstandigheden van vroeger, de natuur zelf verandert. Maar dat schijnt onze verheven natuurbeheerders niet te deren. Zij hebben allang uitgestippeld wat er in hun privé paradijsje allemaal weer moet gaan groeien. Willen de natuurbeheerders misschien ook de prehistorische planten en reptielen, de wolharige neushoorn de mammoet of zelfs de Neanderthaler weer terug?
De geplande bufferzone, het nieuwe speeltje en prestigeobject van enkel politici, waaronder de heer Munniksma en mevrouw Tanja Klip, is letterlijk een hoofdpijndossier, ja een heuse nachtmerrie voor sommigen en komt meer en meer over op mij als een slechte boosaardige grap.
Het gaat dus helemaal niet slecht met het Bargerveen, maar volgens andere deskundigen gaat het niet goed genoeg. Ja natuurlijk, het kan altijd beter, hoe goed willen de natuurbeheerders het hebben dan? Is er door “rupsjenooitgenoeg” misschien ook een bovengrens aangegeven?
Niet om het een of ander, dat was me ook wel al duidelijk, de teerling is allang geworpen, inspraak is er slechts voor de vorm, om de omwonenden nog de indruk te geven dat ze mee mogen praten. Die inspraak, dat was natuurlijk een lachertje. De vraag is alleen, wat is het effect van al dat geld dat er tegenaan gegooid wordt? Als je de diverse internetpagina’s leest gaat het helemaal niet slecht met de ontwikkeling van het veen , flora en fauna. Maar waarom komt dat gegeven, het opmerkelijke herstellend vermogen van de natuur in het Bargerveen, dat elke leek en natuurliefhebber met eigen ogen kan aanschouwen. Waarom komt dat in al die dure rapporten, die bol staan van wollig taalgebruik en ongrijpbare kreten zo weinig uit de verf?
Wij begrijpen dat de keuzes die hebben geleid tot het besluit voor de bufferzone voor de meeste mensen, ogenschijnlijk een democratisch gestuurd proces was, dat past binnen de bestaande kaders. De procedures zijn in een vergevorderd stadium. Ook al waren de te volgen procedures correct, de besluiten kwamen heel wat minder democratische tot stand. Bij de te vormen commissies verzamelden zich belangstellenden, voornamelijk natuurminnende personen die elke maatregel ter bescherming van het Bargerveen toejuichen, ook al zijn de aangevoerde argumenten en feiten bijzonder twijfelachtig en soms zelfs misleidend. Kritische mensen, uitgesproken tegenstanders van de bufferzone en werden geweerd uit de diverse commissies en zelfs openlijk gedemotiveerd. ( zie verslag 4 maart, Open brief aan mevr. Houwing en Bargerveencommissie). Een oud-waterschap bestuurder die vanaf het eerste uur de opkomst van het idee voor een eventuele bufferzone meemaakte verklaarde, ” Het democratische gehalte van de besluitvorming rond de bufferzone is 0,0”. Als de besluitvorming het gevolg is geweest van intensief lobbywerk en er bovendien aantoonbaar persoonlijk prestige in het spel is bij sommige politici, blijft het behaalde resultaat een lelijk ding en is het politiek gezien een aanfluiting voor de democratie. Qua werkwijze horen dit soort praktijken niet thuis in een rechtsstaat.
Het geeft me een erg onbehaaglijk gevoel over hoe het er in Nederland met de belangen van natuur-omwonenden om wordt gegaan. Het fanatisme hierbij, doet me denken aan het bolsjewisme in de voormalig USSR, waar op het hoogtepunt van de hele communistische hype meer dan 100.000 dorpen met de grond gelijk zijn gemaakt ten behoeve van de collectieve landbouw en de boeren naar de flats in de stad zijn verjaagd. Deze Bolsjewistische revolutie (waarvan deze gigantische operatie een gevolg was) ging helemaal niet spontaan zoals onze linkse vrienden ons zo graag doen geloven. Neen, daar ging een goed georganiseerde zeer omvangrijke propaganda campagne aan vooraf, die destijds met een voor die tijd een astronomische bedrag van 52 miljoen DM door Duitsland werd gefinancierd.
Ik wil daarmee maar zeggen, elke leugen is te verkopen, als je het maar vaak genoeg herhaalt en een goed geoliede propagandamachine achter je hebt staan.
Wij boeren kijken door een andere bril naar de problematiek van het Bargerveen dan natuurliefhebbers. Ik ben niet tegen natuur of het project Bargerveen op zich, integendeel.
Maar wel tegen de ongebreidelde expansiedrang, de vele miljoenen aan verspillende maatregelen en de opoffering van kostbare goede landbouwgrond, voor de “Vrienden van het Bargerveen” waar men met slinkse argumenten en staalharde leugens hun gelijk probeert te halen. Ga maar na, in eerste instantie was de bufferzone een plan met beperkingen (beheersovereenkomst) voor de eigenaren. Binnen twee jaar was dat alweer gewijzigd en was de bufferzone ingelijfd bij het Bargerveen als één ordinaire uitbreiding. Eind 2017 waren de plannen weer gewijzigd van een plas dras naar een compleet ondergelopen meer. De zoveelste bestemmingswijziging terwijl de eerste afspraak bij de ontwikkeling van het Bargerveen was dat de Stheemanstraat de vaststaande zuidgrens zou blijven.
Waar het om gaat is dat het besluit, de argumenten voor de bufferzone zijn gebaseerd op een serie van leugens, aannames en halve waarheden. Bij de voorbereidingen werd stevig gelobbyd en werden uitgesproken tegenstanders van de bufferzone systematisch geweerd uit de diverse commissies. Een grof schandaal in een democratie. De bufferzone was van begin af aan zeer omstreden, de ruim 200 bezwaarschriften (als bewijs) werden zonder omhaal van tafel geveegd, een van die bezwaarschriften kwam van de Hoogveendeskundige Herman Oosterkamp.
5 mei 2014
Door Herman Oosterkamp, Sphagnum/veen specialist en restauratie deskundige.
Hij was bereid zijn visie op papier te zetten voor ons en de verantwoordelijken / beslissers aangaande het Bargerveen. In het verleden heeft hij het Bargerveen bezocht en is ook in contact geweest met enkelen van het deskundige team. Bijgesloten een brief aan de heer Jans de Vries van 18 juli 2011
Volgens Oosterkamp moet eerst duidelijk zijn wat je onder restauratie van hoogveen verstaat.
Succesvolle Restauratie.
Voor de heer Oosterkamp is er alleen dan sprake van succesvolle restauratie, als de voormalige situatie zoals deze was zo goed mogelijk wordt hersteld, voordat het veen werd afgegraven.
Groeiend Hoogveen.
Ook moet duidelijk zijn wanneer er sprake is van (groeiend) hoogveen. De huidige situatie- met grote waterplassen en nagenoeg uitsluitend Sphagnum Cuspidatum en een beetje Sphagnum fallax – heeft niets met hoogveenvorming te maken. Politici en andere beslissers worden op het verkeerde been gezet waardoor enorme sommen gemeenschapsgeld mogelijk ten onrechte geïnvesteerd worden. Verderop kom ik hier uitgebreid op terug.
EU Life/ Europese Commissie.
Op 7 November 2013 hebben een groep Sphagnum en veen specialisten, betreffende het herstellen van veengebieden een presentatie verzorgd met gebruikmaking van ruim 200 sheets bij EU Life/ Europese Commissie in Brussel. Deze presentatie ging over de mogelijkheden van Sphagnum en de ontoereikende resultaten van het herstel van de veengebieden in Europa. Het geheel met discussie nam 3 uur in beslag. Enkele sheets zijn hier ter verduidelijking gebruikt
De groep bestaat uit Roger Daniels, Edgar Karofeld, Herman Oosterkamp en Wim van Schie. Een ander doel van deze bijeenkomst was, dat de groep bezorgd was, dat EU Life de subsidie voor vele recente hoogveen restauratie projecten in hun ogen niet altijd verstandig aanwent.
Het Bargerveen was daarin een goed voorbeeld.
Met name werd volop aandacht besteed aan de mogelijkheden voor een succesvol herstel van afgegraven veenvelden door de Sphagnum Layer Transfer Method for Restoring Cutover Bog (in het vervolg gemakshalve te noemen ‘’Canadese methode’’). Door deze unieke samenwerking tussen de University of Laval, Quebec Canada en de veenindustrie CSPMA (Canadian Sphagnum Peat Moss Association) is de afgelopen 15 jaar in Canada succesvol 3000 ha gerestaureerd. (zie ook de bijlage van een succesvolle restauratie in Estland)
De groep vond het haar plicht als Europees burger te rapporteren en dit te bespreken met EU Life in de veronderstelling dat kritisch zelfonderzoek van enkele projecten tot verandering en aanpassing van hun beleid leiden zal.
Kortheidshalve, in zijn algemeenheid worden er dammen geplaatst die zo de waterstand veel te snel te verhogen waardoor, met name de natte soort S. Cuspidatum gaat groeien. Dit is een verkeerde basis voor het doen ontstaan van hoogveen.
Opnieuw 20 miljoen in het Bargerveen.
Dat er nu plannen zijn om opnieuw 20 miljoen Euro te investeren in het Bargerveen was voor de presentatie bij EU Life niet bekend en is niet meegenomen in deze presentatie.
Deze investering zou er voor zorg moeten dragen dat het waterpeil met 22 mm zal gaan stijgen ten koste van 250 ha landbouwgrond
Het gaat om enorme bedragen voor een gebied als het Bargerveen. Het Bargerveen wat maar voor een klein deel uit de originele hoogveen/turflaag bestaat en voor een groot deel onder water gezet waardoor er voornamelijk Sphagnum Cuspidatum groeit, daar waar het water niet te diep is. Bovendien is het veenveld lek waardoor men meent dat hiervoor opnieuw 20 miljoen Euro geïnvesteerd moet worden.
De (hoofd) doelstelling van het Bargerveen is hoogveen herstel. Hierover kan geen misverstand bestaan. Volgens documentatie beslaat het Bargerveen uit 5,5 ha actief hoogveen (Meerstalblok) en 1380 ha herstellend hoogveen.
Hoogveen bestaat voor 80% uit Hummock soorten
Op basis van talrijke turf analyses (meer dan 2000) door Roger Daniels en Herman Oosterkamp, is het bekend dat ongeveer 80% van de turf in alle Europese hoogveen uit de volgende 3 soorten Sphagnum bestaat:
Sphagnum austinii (S. imbricatum),
Sphagnum capillifolium
Sphagnum fuscum
Frappant is het, dat deze bovengenoemde 3 Hummock (bultvormende) soorten in Nederland niet meer voorkomen. Vanuit dit licht gezien is er geen sprake van enige succesvolle restauratie. Waarom, zal ik verderop toelichten
Dit betekent dat voor een succesvol herstel van afgegraven veengebieden, terug naar een hoogveen gebied, de herintroductie van deze soorten noodzakelijk is.
Het is ook gebleken dat het hoogveen wat het Bargerveen gebied gevormd heeft, voor verreweg het grootste deel bestaat uit Sphagnum austinii (S. imbricatum)
Sphagnum austinii vinden we in Europa langs het (zoute) zeewater tot 150-200 km landinwaarts, behalve in erg koude gebieden zoals Estland en Finland. Uit onderzoek weet ik dat Noord Nederland maar ook het Aamsveen gebied en de grote veengebieden in Duitsland in Niedersachsen, uit S. austinii bestaat. In de omgeving van Vechta in Duitsland is S. austinii sterk teruggelopen en wordt al meer dan 50% S. capillifolium gevonden.
Sphagnum capillifolium is de droogste Hummock soort; deze vormt bulten van 25-95 cm hoog boven het gemiddelde waterpeil op een hoogveen.
Sphagnum fuscum groeit graag in koude condities zoals in Estland, Finland en ten noorden van Jönköping /Stockholm in Zweden
Het is dus de kunst deze Hummock soorten aan het groeien te krijgen. Op een hoogveen veld vertellen de Sphagnumsoorten die er groeien het verhaal van het veenveld. Als de mens niet ingegrepen had kun je ook vandaag de dag aan de levende bovenlaag (acotelm) zien welke soorten het veenveld gevormd hebben.
Als er veel S. cuspidatum te zien is met soms ook veel S. magellanicum dan is het er veel te nat voor Hummock soorten.
Waarom Hummock soorten.
Waarom onderscheiden ze zich? De zijtakjes van de Hummocks hangen naar beneden en zitten vast in elkaar gevlochten waardoor er weinig water verdampen kan. Als ze toch uitdrogen door een lange periode van droogde worden ze bleek van kleur. Ze vormen een buffer in het interieur van deze bulten (Hummocks) en hen te beschermen voor verder waterverlies en houden de temperatuur van binnen in de bult laag. Bultsoorten kunnen beter water transporteren en zijn veel sterker dan Hollows (S. cuspidatum). Hummocks groeien tussen de 15-95 cm boven het gemiddelde waterpeil op het hoogveen. Hummocks kunnen alleen groeien van regenwater.
Hoogvenen zijn niet ontstaan uit S. cuspidatum maar veel meer uit de laagveensoorten S. inundatum, S. flexuosum, S. jensenii, S. obtusum, S. subsecundum
Uit de meer dan 2000 analyses van hoogveenvelden is het echt een zeldzaamheid, dat er in diepere lagen S. cuspidatum wordt gevonden en deze overgroeid zijn met Hummocksoorten.
Op kleinere en grotere plekken op het hoogveen waar S. cuspidatum groeit gaat dit veelal (bijna altijd) meters diep in het veenprofiel dit terwijl er altijd rondom 80% sporenvormende Hummock soorten groeien. Het is er gewoon veel te nat voor Hummocks
.
De lichte plekken bestaan voornamelijk uit S. cuspidatum
Dit te nat geld ook voor de Lawn soorten S. papillosum en S. magellanicum zij het in mindere mate. Plaatsen met veel S. magellanicum gaan ook vaak diep in het profiel verder als S. magellanicum
Hollows groeien niet omhoog op hun groeiplaats. Wel kunnen ze snel groeien. Ze zijn echter erg kwetsbaar voor opdroging of uitdroging. Om goed te groeien hebben ze Lawns en Hummocks rond om hen heen nodig.
Wiedervernässung.
Wiedervernässung (opnieuw nat maken) of het creëren van waterplassen (overstromingen/vernatting) was misschien 25 jaar de enigste optie. Het wordt momenteel in Europa nog steeds volop toegepast.
Met name in Duitsland is het een religie geworden en over religie/geloof is het maar moeilijk om van mening te veranderen.
De 11.000 ha waterplassen hadden, als men de ontwikkelingen in Canada gevolgd had, al voor een mooi aandeel in groeiend hoogveen veranderd kunnen worden. Een importverbod in Duitsland doodt hoogveenherstel voor eeuwig. Maar er is hoop, ook de gesprekken met de hoogste Naturschutz in Bonn beginnen resultaat te krijgen.
Deze Wiedervernässung/overstromingen zullen niet leiden tot hoogveen herstel zo is de mening van de Oosterkamp. Door meer kennis van Sphagnum en hoogveen ecologie er in te betrekken kunnen betere resultaten worden bereikt.
Hetzelfde geldt voor het woord Renaturierung. Belangrijkste bezwaar is dat er nauwelijks enig resultaatverplichting gesteld wordt. Men hoeft nauwelijks prestatie te leveren.
Er is nog een geheel onderbelicht aspect wat ik toch wil noemen als gevolg van de vernatting. Door de vernatting en dat is de explosieve groei in nattere bossen van S. palustre en S. fimbriatum. Het lijkt misschien voor buitenstaanders mooi, maar het heeft niets met hoogveenvorming te maken. Beide soorten zijn enorme sporenvormers
Wiedervernässung heeft niets van doen met restauratie van veenvelden en/of hoogveenvorming.
Deze Lawn soorten complementeren de Sphagnum/veenvorming
Ik heb in 2011 tijdens de rondgang in het Bargerveen in een van de grote gecreëerde waterbassin een pH 4,7gemeten. Mogelijk is dit water uitstekend te gebruiken om snelle resultaten te realiseren met de Canadese methode. Het gaat erom de Hummocks snel te laten ontstaan.
Na gemiddeld 10 jaar hebben zich de bulten voldoende gevormd waarna zij zonder de hulp van de mens verder gaan met de veenvorming
Enorm snelle Sphagnum groei van alle 11 hoogveensoorten. De proeftuin van Oosterkamp
Goede en snelle resultaten zijn volgens mij mogelijk zoals aangegeven op de schets ‘’transfer of Sphagnum’’ door op de bodem van de waterplassen te ‘’Canadese methode’’ toe te passen.
In Duitsland vlak over de grens bij het Bargerveen, in de oudste “Wiedervernässung’’ uit het zogenaamde Bridge project, zijn op diverse plaatsen monsters genomen.
Conclusie: er was nauwelijks nog Sphagnum te vinden in deze analyses. Alleen als er groeiend hoogveen (Hummocks), zoals eerder beschreven is, kan het langzaam verdwijnen en mineraliseren van de veenlaag in de atmosfeer voorkomen worden.
Bargerveen twee keer 20 miljoen is 40 miljoen
Enorme sommen geld, zoals voor het Bargerveen opnieuw 20 miljoen, lijkt mij buiten alle proporties, ook al omdat er geen enkele garantie bestaat dat er dan een groeiend hoogveen zal ontstaan. Het is eigenlijk een dwaling van grote omvang.
In Estland liggen ongeveer 10.000 hectare afgegraven veenvelden (voor een deel nog uit de Russische tijd). Deze 10.000 hectare zijn voor 2000 Euro per hectare te restaureren en dus te veranderen met het juist gebruikmaken van de Canadese Methode in groeiend hoogveen. Voor deze 20 miljoen zou men dus 10.000 hectare kunnen restaureren
Dit toont nog eens aan hoe enorm kostbaar het project Bargerveen is.
EU Life
In een van onze presentaties hebben we EU Life geïnformeerd, dat tijdens het IPS/IMCG Congres in Quebec in Canada in het jaar 2000, en op verschillende workshops nadien, uitstekende resultaten met deze Canadese overdrachtmethode werden gedemonstreerd.
Bijna niemand in Europa heeft het initiatief genomen om deze Canadese methode hier uit te proberen in proefpercelen.
We waren verbaasd en onaangenaam verrast, dat bijna niemand van de 11 aanwezige vertegenwoordigers (specialisten) van de EU Life niet waren geïnformeerd over deze succesvolle methode.
Recentelijk blijkt na analyse dat er kennelijk krachten aanwezig zijn in Europa om deze succesvolle methode te boycotten. Men bang is dat de veenindustrie daardoor gemakkelijk meer vergunningen zal kunnen krijgen.
Eigenlijk is het ‘’milieu criminaliteit’’ om het geld niet aan te wenden voor bijvoorbeeld de 11.000 ha Wiedervernässung. Duizenden hectare had allang groeien hoogveen kunnen zin met 80% Hummocksoorten. Een landschap zoals het er voor vervening uit gezien heeft
Een andere reden is ook dat de Canadese methode van restaureren slechts 1500 -2500 Euro per hectare kost. En het gaat om heel veel geld voor de huidige methoden en dat wil men graag zo laten voortduren.
Maar de gebruikelijke methode ‘’Wiedervernässung’’ zal niet lijden tot hoogveenvorming en dan is het al geïnvesteerde en de nog te investeren geld……. weggegooid geld!!!!
10-100 ha in Estland
Wil graag nog vermelden dat Oosterkamp momenteel bezig is om afgegraven veenvelden te selecteren voor grootschalige machinale restauratie van 10-100 ha in Estland.
Tot slot ter completering
Veen is een unieke en prachtige grondstof die kan hergroeien (olie of gas niet)
Ik veel informatie tot mijn beschikking o.a
Bargerveen Staatsbosbeheer zomer 2008 ISBN: 978- 90 812730-1-5
Evaluatie Hoogveengebieden in Nederland Februari 2011.
Restauratie van 2500m2 freesveen veld in Estland
Edgar Karofeld en Kai Vellak van het Institute of Ecology and Earth Sciences, Universiteit van Tartu, Estland en Herman Oosterkamp van Kalloveen BvBa hebben samengewerkt in een veld experiment om een deel van een voormalig freesveen veld in Estland te restaureren. De restauratie vond plaats van 2 t/m 4 mei 2012, gevolgd door verschillende controle bezoeken, inclusief die op 25 Juli 2012 gezamenlijk met Herman Oosterkamp. Wij willen u graag informeren over de eerste stappen in dit restauratie project en gebruiken enkele foto’s om de voortgang te illustreren.
Achtergrond
In Canada is al meer dan 3000 hectare gerestaureerd in een samenwerkingsproject tussen de Canadian Sphagnum Peat Moss Association (CSPMA) en Dr. Line Rochefort van de University of Laval, Quebec Canada. Zij noemen de restauratie methode “The Sphagnum Layer Transfer Method for Restoring Cutover Bog.” Het werk wordt meestal machinaal gedaan en er wordt stro gebruikt voor afdekking. De kosten van stro zijn ongeveer een derde deel van de totale restauratie kosten.
In Canada is er geen serieuze discussie over het gebruik van veen en actie groepen staan niet tegenover de veenindustrie zo lang er een afspraak is om de veenvelden na gebruik te restaureren.
Line Rochefort (links) en Herman Oosterkamp op een van de gerestaureerde veenvelden in Canada.
Het moeder (donor) veld waar we de toplaag verzamelden (voornamelijk van bulten soorten ongeveer 5-10cm) van de top van planten. De Sphagnumlaag werd gedomineerd door S. fuscum maar bevatte ook S. capillifolium als hummock soorten (ongeveer 75%) en S. magellanicum en S. rubellum (ongeveer 25%) als lage hummock en een lawn (vlakke tapijt) soort. Zoals we in Canada gezien hebben, groeit Sphagnum binnen enkele jaren opnieuw op deze velden. Van verzamelde plantendelen van het moeder (donor) veld kan men van een vierkante meter 10-15 m2 restaureren van ontgonnen veenvelden. De beste donor velden zijn die velden die gepland staan voor toekomstige veenproductie omdat er dan geen velden in natuurlijke toestand aangetast worden voor restauratie.
Plantendelen werden in grote plastic zakken verzameld voor transport naar het te restaureren veld, een afstand van ongeveer 10 kilometer.
Het te restaureren veenveld was ongeveer een week van te voren voorbereid, inclusief de oppervlakte behandeling door de toplaag van ca 10-20 cm te verwijderen en vlak te maken, sloten in het veld te graven en dammen aan te leggen en ook een toevoersloot om meer water naar de restauratie plaats te verplaatsen. In het veld zijn tevens waterhoogte controlepijpen geplaatst. De dammen zijn gemaakt van de oude toplaag van het veenveld. Ongeveer 3000 kilo stro is er nodig om een hectare te restaureren.
Deelnemers van de restauratie groep scheiden de Sphagnum zodat het verspreid kan worden over het oppervlak van het te restaureren veld.
Een van de eerste vierkante meters die bedekt wordt met Sphagnum delen.
Met stroken van ca 1,2 meter breed hadden 10-15 studenten en docenten van de Universiteit van Tartu 3,5 dag nodig om de restauratie te voltooien.
Toen is de hoofdsloot is afgesloten zodat het water niveau vastgehouden kan worden tussen de 5 en 20 centimeter onder het oppervlak.
Onder het stro ontstaan gunstige groeicondities die het mogelijk maken dat Sphagnum delen opnieuw groeien. Het stro heeft verschillend functies: onder het stro vormt zich een gunstig micro- klimaat voor hergroei, de temperatuur wordt met ongeveer 10 graden verlaagd en het oppervlak is beschermd tegen bovenmatige verdamping en Sphagnum delen worden vochtig gehouden. Het stro verdwijnt vanzelf na 2-3 jaar door compostering.
Na 12 weken waren we terug bij het gerestaureerde veld. We vermeden het lopen over het gerestaureerde deel en gebruikten sneeuwschoenen om de schade te beperken. Het was een fantastische beleving om te zien hoeveel Sphagnum er gezond en groen was gegroeid in zo’n korte tijd. Gerrit Wever van de RHP is op deze foto zichtbaar.
Overal onder het stro is Sphagnum beginnen te groeien. We zijn dankbaar voor het relatief koele en regenachtige weer in het begin van de zomer wat meewerkte aan een goede start van ons restauratieproject. Line Rochefort, met haar jarenlange ervaring, zei nadat ze de foto’s bekeken had, dat dit project het veel beter doet dan de meeste gerestaureerde velden in het begin.
Deze foto is gemaakt in Canada, waar zich in 5-10 jaar, een laag van 30-50 cm heeft ontwikkeld van min of meer dezelfde soorten die er groeiden voordat de vervening was begonnen. Veen is een opmerkelijke grondstof en een hoofdcomponent voor de potgrondindustrie.
Als de potgrondindustrie duurzaam wil gaan produceren en gebruikte veenvelden wil gaan restaureren, dan kan veen een prachtig natuurlijk materiaal zijn voor lange tijd.
Collega’s van de Universiteit van Tartu zullen spoedig beginnen met een ‘’monitoring program’’ dat controleert en vastlegt op diverse plaatsen van het gerestaureerde veld om te bepalen wat er groeit (zowel Sphagnum soorten en andere planten) en hoe het water niveau hierop van invloed is, de veen kwaliteit, soorten samenstelling van toegepaste planten delen, hun dichtheid. Het is een fantastische mogelijkheid om meer te leren over de groei van Sphagnum en haar toepassing bij restauratie van ontgonnen veenvelden.
Met vriendelijke groet,
Edgar Karofeld, Kai Vellak and Herman Oosterkamp
Bijgaand enige documentatie over Canada waar onder Leiding van Line Rockefort duizenden hectare veenvelden zijn gerestaureerd. Wereldwijd toonaangevend. Ik had al eerder een goed contact opgebouwd met haar en wat blijkt wij zijn het over alles eens. Ik vanuit de praktijk en zij resultaat gericht vanuit onderzoek toegepast in de praktijk.
Het stro 3000 kilo per Ha kost ongeveer 1/3 deel van alle restauratie kosten. Dus voor de kosten hoef je het ook niet te laten. In haar gids ‘’Peatland resoration guide’’ te downloaden staat het allemaal beschreven
Ik ben week 30 de hele week naar Estland waar ik de eerste Sphagnum restauratie op onze eigen veenvelden op ga starten. Ik heb hierover de leiding maar werk samen met Edgar Karoveld van de Universiteit in Tartu.
Wij (Edgar en ik) kunnen een beroep doen op de kennis van Line Rochefort uit Canada en Line Rockefort heeft ons beloofd naar Canada te komen als het gerestaureerd is. Over niet al te lange tijd heb ik ook daadwerkelijke ervaring
Ik ben druk omdat ik tussendoor ga starten met de presentatie (een vervolg op de DVD) voor de jaarvergadering van IVG ‘’Deutscher Torf und Hummstag 2011.
Mij grootste ontdekking is dat veenvelden in Europa altijd bestaan uit ongeveer 80% van de volgende Hummock soorten S. Imbricatum (Austinii) S. Fuscum en S. Capillifolium (in de DVD heb ik het over 60-90% de gehele bandbreedte) Levend, groeiend hoogveen heb je pas als dit hersteld is!!!!!!!!
Meer dan 1500 analyses door Roger Daniels liggen hier aan ten grondslag.
In Canada is het net als in Estland, Finland 80% S. Fuscum en deze pakt men van een zogenaamd donor veld
Voor het Bargerveen is dat waarschijnlijk 80% Imbricatum met mogelijk iets S. Capillifolium. S. Imbricatum kan zeelucht verdragen en vind je volop in Ierland, Engeland, Zweden Duitsland en Nederland tot zo”n 150 km van de kust. In Estland en Finland komt deze niet voor (te koud) en is S. Fuscum dominant. Je kunt ook zeggen als deze 3 Hummock soorten niet zouden hebben bestaan zouden wij nooit veenvelden gehad hebben van 4-15 meter dikte.
Als er bijvoorbeeld in een veenveld veel S. Magellanicum voorkomt (boven 25%) zie je ook veel S. Cuspidatum. Het veenveld is dan erg nat gebleven en veel minder hoog gegroeid. Bevat ook een hoog percentage wollegras. Deze situatie heb ik slechts een enkele keer aangetroffen.
Het Bargerveen is dus pas in zijn oude glorie hersteld als deze groeiende S. Imbricatum voor een hoog percentage aanwezig is. Natuurlijk moeten er eerst meer monsters genomen worden om dit met zekerheid vast te stellen.
Er is in Duitsland een donkerbruin frees veenveld waar succesvol op de Canadese methode 3 jaar geleden 1 ha S. Papillosum is gerestaureerd. Er zit nu 20 cm dikke laag groeiend S. Papillosum op dit veld. Weliswaar de verkeerde soort omdat dit ten noorden van het Kustenkanaal ook S. Imbricatum is en deze niet meer beschikbaar is in Duitsland.
Ik was 2 weken geleden met de eigenaar van dit bedrijf ‘’Torfwerk Moorkultur Ramsloh’’ in Zweden om de binnen een jaar beschikbare S. Imbricatum veilig te stellen. Dit komt naar Duitsland toe. De verveners in Zweden van Kalloveen geven het gratis (alleen de te maken kosten) S. Capillifolium en Fuscum is er veel meer in Zweden. Maar het is altijd in een korte periode beschikbaar als er een veenveld wordt uitgebreid. Maar geen haast het is ook later te betrekken van Moorkultur Ramsloh of van de volgende uitbreiding.
Ik weet zeker dat ook zij bereid zijn ons te helpen als ik dit vraag.
Als je voor 1 ha S. Imbricatum zou hebben (ongeveer 30-40 m3 van de groeiende bovenlaag), kun je na 5 jaar 10 ha klaarmaken en weer 5 jaar later 100 ha. In 10 jaar zou het Bargerveen theoretisch geheel hersteld kunnen zijn. Ik zie het al voor mij zoals een echt hoogveen veld in Canada of Zweden. Maar zoveel komt er niet beschikbaar,
Nog iets over Duitsland. Hier is er de zogenaamde ‘’wiedervernassung’’ (17.000ha) enorme plassen veel te diep water en alleen aan de zijkanten iets S. Cuspidatum. Ik zeg het heel duidelijk, het wordt nooit iets niet in 25 jaar , niet in 100 jaar en ook niet in 1000 jaar. Waarom? Je kunt het antwoord vinden op ieder groeiend hoogveen veld. Daar zijn veelal plekken van 1-5 m2 te vinden met S. Cuspidatum (soms ook veel groter) Als je hier een monster uit neemt dan bestaat dit voor 100% uit S. cuspidatum. Ook vind je dat terug op een veenveld waar Blokken veen wordt gestoken zoals in Zweden en Letland. Om deze plekken S. Cuspidatum zit het vol met de andere hoogveen soorten en deze lukken het niet om de S. Cuspidatum na honderden of duizenden jaren te laten verdwijnen. Het is volgend mij de grootste dwaling van de ‘’Duitse Naturbescherming’’
Nog een misverstand. Alle onderzoeken laten globaal een beeld zien dat de op 50 cm. 150 cm en 250-300 cm dezelfde Sphagnum soorten voorkomen. Als ik op een maagdelijk veenveld loop kan ik tot op 10% zeker zien welke soorten eronder te vinden zijn. Anders gezegd de Sphagnum soorten die er duizenden jaren geleden hebben gestaan groeien er nu nog steeds bovenop ( als de mens er tenminste van af is gebleven) Dit word ondersteund door een onderzoek in Estland
Ik vertrouw erop dat u wat aan deze informatie heeft