Bargerveen, een natte droom.

Bargerveen en het beroemde veenmosje. Door Rypke Zeilmaker, 7 augustus 2015

RZ15.Bargerveen-22 veenmos

 

Het nieuwe verdienmodel van het Bargerveen heet Europese subsidies en andere welvaarts-uitwassen.
Voor die groei is water nodig, terwijl het omringende landbouwgebied juist meer droogte wil. Staatsbosbeheer liet daarom ontginningsslootjes dempen, en liet van 2003-2006 een waterreservoir aanleggen. Om veenverdroging te voorkomen, en om het water binnen te houden werd sinds de jaren ’60 al 50 kilometer dijk aangelegd. Zoals je kunt zien vind je ook rond het Bargerveen die typisch Hollandse keiharde overgang tussen landbouw en natuur, dat als een eiland in de enclaves ligt.

De ironie van de geschiedenis wil, dat de ingenieursbureaus die nu ‘nieuwe natuur’ ontwikkelen en hoogveen terug bouwen als Arcadis uit de oude ontginningsmaatschappijen voortkomen: zoals de Grontmij en Heidemij. Nu ontginnen ze de woeste landbouwgronden tot subsidieplantages/natuurorganisatie-ontwikkelingsgebieden. Wanneer het geld tot in de hemel groeit, krijg je landen waar dit soort praktijken normaal heten, nee zelfs ‘noodzakelijk voor de biodiversiteit’.

RZ15.Bargerveen-24 hoogveen anno 2006

Een fragment uit zijn verslag.

“Het Bargerveen is op papier het laatste stuk ‘actief’ hoogveen, en valt daarom in de zwaarste bureaucategorie van Natura 2000. Hoogveen is veen dat boven het grondwaterpeil uitgroeit en kussens veenmos van meters dik kan vormen. Voornamelijk dankzij veenmos dat water opzuigt. Dat veenmos kan op zijn eigen gestorven klonen verder doorgroeien.

Het groeit dan ongeveer even snel als de spaarrekening van de gemiddelde ZZP’er, ongeveer 1 millimeter per jaar als het meezit.

In het jaar 3015 heb je dan een meter Hoogveen er bij….Dat ziet er dan ongeveer zo uit, net als het hoogveen nu maar dan met een meter hoger veen:

RZ15.Bargerveen-6 Hoogveen anno 3006

Archeologen vinden dan de restanten van het Staatsbosbeheer-kantoor bij Zwartemeer- waar nu hun groene overwinningsvlag wappert. Ze graven roestige resten op van de koffiemachine, en ontdekken tussen de documenten nog uniek gepreserveerde Interreg, Life- en andere subsidie-aanvragen. Ja, ook dit gebied hangt van de subsidies aan elkaar maar ach: vergeleken met de miljarden die bankiers kregen en de tientallen miljarden die naar windturbines gaan is het klein bier en ook nog eens beter besteed”.

https://www.climategate.nl/2015/08/uniek-natura-2000-gebied-bargerveen-gered-door-welvaart-en-fossiele-brandstoffen/

Voor de liefhebbers.

http://www.prachtplekken.nl/video.shtml?id=1

De wonderbare brood…oeps, uhhh baanvermenigvuldiging van de Rood-Groene rekenkamer.

Ondanks de crisis wil het kabinet tot 2027 naast de jaarlijkse post van 700 miljoen voor het handhaven van natuur nog 200 miljoen extra investeren in nieuwe natuur.

Foto: Oostvaarderplassen.

Citaat uit de persoonlijke blog van PvdA coryfee Sharon Dijksma: “Deze afspraken zijn niet alleen goed voor de natuur en iedereen die van de natuur geniet, maar ook voor de economie. Investeren in natuur levert direct 1000 tot 1500 arbeidsplaatsen op voor beheer en inrichting van nieuwe natuur. Verder zijn er goede afspraken gemaakt over de financiering van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Met deze zogeheten PAS wordt vastgesteld hoeveel verantwoorde ontwikkelingsruimte er is voor bedrijven, wegen en boeren. Volgens een onderzoek van de provincies zou deze ontwikkelingsruimte 40 duizend nieuwe arbeidsplaatsen op kunnen leveren.

We hebben afgesproken om een robuust Natuurnetwerk Nederland te vormen, waarbij er in 2027 zo’n 80 duizend hectare nieuwe natuur is ingericht. Dit doen we door agrarische grond zoals weilanden om te vormen tot natuur, waardoor we bestaande natuurgebieden kunnen vergroten. Dit is hard nodig om de biodiversiteit van Nederland op peil te brengen en om ervoor te zorgen dat wij allemaal ook in de toekomst kunnen genieten van prachtige Nederlandse natuur”.

Bron: Mooie natuur die banen oplevert. Sharon Dijksma.

http://www.pvda.nl/berichten/2013/09/Mooie+natuur+die+banen+op+levert

Nu wil ik niet overdrijven met mijn economische kennis, maar mijn boerenhart sloeg volkomen op hol bij het lezen van deze fabelachtige voorstelling. Ten eerste de PAS, de bedoeling hiervan is de uitstoot van stikstof door bedrijven, verkeer en landbouw terug te dringen. Het eerste effect hiervan is kosten verhogend er zullen nieuwe technieken ontwikkeld moeten worden die dat probleem gaan aanpakken. Dat gaat ongetwijfeld ten koste van de concurrentiekracht met het buitenland, maar goed ik geef de PvdA hiermee het voordeel van de twijfel. Een ander punt is het inleveren van 80.000 ha cultuurgrond voor natuur. Even een rekensommetjes dan maar. Op één ha. grasland produceert een melkveehouder al gauw 15000 liter melk, met uitschieters naar heel intensief van 20.000 liter per ha. Die 15.000 liter a 40 cent (incl. omzet en aanwas) heeft een opbrengst van 6000 euro. Maar daarvoor moeten ook kosten (toeleveringsbedrijven, kunstmest, loonwerk, krachtvoer, energie, advies en administratie), voor gemaakt worden en die zitten omgerekend ook al gauw op 40 cent per liter. Boeren leven nu eenmaal van subsidie, en ach dat domme boerenwerk, dat doen ze er zo even bij. Eén ha natuur kost in Nederland Jaarlijks 1000 euro. Hoe onze rood-groene rakkers het voor elkaar boksen om op papier banen te scheppen door een bruto omzet van 500 miljoen te schrappen en plaats te laten maken voor een kostenpost van 280 miljoen euro is mij een raadsel. Bovendien er wordt jaarlijks 700 miljoen aan de staatskas onttrokken voor het in stand houden van natuur de 700.000 ha “natuur”. Dat bedrag staat gelijk aan 14000 maal een baan met een bruto salaris van ca. 50.000 Dit geld is dus niet beschikbaar is voor een betaalde baan, maar de overheid maakt de grove fout te redeneren dat geld dat onttrokken wordt aan de economie en elders word geïnvesteerd hetzelfde rendement oplevert qua banen als wanneer dit door het bedrijfsleven zou gebeuren. Als 80.000 ha cultuurgrond verdwijnt, verdwijnen er ook 1600 melkveebedrijven van elk 50 ha. of 800 akkerbouwbedrijven van 100 ha. exclusief de nodige toeleverings en dienstverlenende sectoren , wat neerkomt op het tienvoudige van het aantal bedrijven. Dit soort logica komt dan van een minister/staatssecretaris die is aangenomen om een land te besturen?(zou het ermee te maken hebben dat ze (mevr. Dijksma) haar beide opleidingen niet voltooit heeft?? (Rechten, Rijksuniversiteit Groningen (niet voltooid) en bestuurskunde, Universiteit Twente (niet voltooid)

Natuur, goed voor de werkgelegenheid??

 

Als het principe van Sharon Dijksma klopt, dat natuur goed is voor werkgelegenheid, dan doen we toch iets verkeerd in Nederland. Laten we eens gaan kijken in bv. Democratische Republiek Congo. Daar ligt nog een stuk ongerepte natuur zo groot als heel West Europa. Laten we daar de bevolking eens vragen of natuur goed is voor de werkgelegenheid. Of laten we anders dezelfde vraag stellen aan het volk in heel Noord Afrika, de Sahara, ongerepte woestijn is immers ook natuur. Natuur zelf is alleen van economische belang als er een bepaald welvaartsniveau is bereikt. Maar als die welvaart onder druk staat, de zorg wordt afgebroken en het aantal potentiële kandidaten voor de voedselbank net als het aantal gevallen van stille armoede stijgt, dan moet je met dit soort luxe uitgaven even een pas op de plaats maken. Voor een staatssecretaris van de PvdA die die dit soort logica prevaleert vóór de problemen van de gewone man is het een gotspe. En dat meen ik.

Teleurstellende hoogveenrestauratie

Natura 2000-kerngebied voor ‘actief hoogveen’ Bargerveen in Drenthe werd afgelopen 20 jaar voor 20 miljoen euro Europese subsidie ‘hersteld’ via ‘vernatting’. Die maatregel blijkt helemaal niet effectief, zo erkennen onderzoekers nu, zodat nog eens 20 miljoen euro subsidie nodig zou zijn.

 

Maar de belangrijkste en kostbare herstelmaatregel in hoogveenrestanten, heeft niet altijd het gewenste effect.
Waarom dat zo is, is grotendeels nog onbekend. Wij beargumenteren dat recente inzichten uit empirische en experimentele studies in hoogveenherstelprojecten moeten worden gebruikt om de bestaande theoretische modellen uit te breiden, om deze vervolgens te kunnen gebruiken in het ontwikkelen van effectieve, gebiedsspecifieke herstelplannen. Hierdoor kan de droom van zelfregulerende hoogvenen in Nederland wellicht op niet al te lange termijn werkelijkheid worden.

In Nederland is bijvoorbeeld nog maar circa 3600 hectare van het oorspronkelijke areaal van 90.000 hectare aan hoogveen over (Smolders et al.,
2004), en het meeste daarvan is ontwaterd. Bovendien is
de diversiteit aan veenmossoorten in onze huidige hoogvenen
lager dan die vroeger was, omdat voornamelijk de
karakteristieke bultvormende veenmossen ontbreken
(Schouten et al., 1998).

Afwezigheid bultvormende veenmossen.

Binnen het huidige tijdperk van natuurherstel staan hoogvenen
om diverse redenen weer hoog op het wensenlijstje
van natuurbeschermingsorganisaties. Ze vormen een
karakteristiek landschapstype dat veel Nederlanders aanspreekt
en ze kennen een hele eigen soortensamenstelling.
Daarnaast speelt intact hoogveen, op wereldschaal,
een belangrijke rol bij het vastleggen van koolstof (zie
kader). De afgelopen jaren zijn op diverse plaatsen in Nederland
hoogveenherstelprojecten gestart, bijvoorbeeld
in het Haaksbergerveen, het Bargerveen en de Mariapeel.
Daarbij wordt vooral ingezet op het herstel van een functionele
acrotelm: de laag van levend en weinig vergaan
veenmosveen waarin het freatisch waterniveau op en neer
beweegt. De belangrijkste maatregel daarbij is het verhogen
van de waterspiegel in de ontwaterde terreinen. Hoewel
zich in restauratieprojecten vaak al snel een nieuwe
veenmosvegetatie ontwikkelt, vestigen de karakteristieke
bultvormende veenmossen zich vooralsnog maar moeilijk
(Joosten, 1995; Schouwenaars et al., 2002). De aanwezigheid
van grote oppervlakten van deze soorten is echter
cruciaal voor het ontstaan van een goede actrotelmstructuur
en het herstel van een veenvormend ecosysteem
(Smolders et al., 2004). In Nederland lijkt het erop dat de
ontwikkeling en het herstel van hoogveenvegetaties stagneert
in een fase waarbij slenksoorten zoals Sphagnum
cuspidatum (waterveenmos) en S. fallax (fraai veenmos)
domineren. Waarom juist deze soorten onze veenrestanten
hebben gekoloniseerd is niet geheel duidelijk, maar
waarschijnlijk spelen de abiotische omstandigheden (waterstanden
die in herstelprojecten gerealiseerd worden en
hoge stikstof deposities) daarbij een belangrijke rol. De
stagnatie in dit door slenksoorten gedomineerde stadium
kan grofweg twee oorzaken hebben. Ten eerste zouden de
juiste milieuomstandigheden voor vestiging van bultvormende
soorten, bijvoorbeeld S. magellanicum (hoogveenveenmos),
S. rubellum (rood veenmos) en S. fuscum (bruin
veenmos) kunnen ontbreken. De verrijking met voedingsstoffen
zoals stikstof en fosfaat, waardoor de concurrentiepositie van veenmossen ten opzichte van vaatplanten, en die van bultvormende veenmossen ten opzichte van
snel groeiende slenksoorten als S. fallax en S. cuspidatum
afneemt, speelt daarbij waarschijnlijk een belangrijke rol
(Lamers et al., 2000; Limpens et al., 2004). Ten tweede is
het mogelijk dat er geen ‘donor populatie’ of diasporen
van bultvormende soorten aanwezig zijn. Aangezien sporen
van veenmossen zich verspreiden over afstanden tot
wel 100 kilometer (Soro et al., 1999; Campbell et al., 2003)
lijkt deze laatste verklaring echter onwaarschijnlijk. Vestiging
van bultvormende veenmossen in de reeds aanwezige
vegetatie lijkt de bottleneck in de ontwikkeling van een
veenvegetatie met de kenmerkende bult – slenk structuur
(Smolders et al., 2003). Uit Zweeds onderzoek blijkt dat de
kieming van veenmossporen uiterst moeizaam verloopt
in een al aanwezige vegetatie (Sundberg & Rydin, 2002).
De introductie van de cruciale bultvormende veenmossen
door transplantatie zou dit vestigingsprobleem kunnen
verhelpen, waardoor de ontwikkeling van een gevarieerde
veenmosvegetatie versneld wordt.

Herintroductie van doelsoorten

Kolonisatie van met name bultsoorten lijkt de limiterende
factor in het herstel van karakteristieke, goed functionerende,
koolstofvastleggende hoogvenen. Zou actieve herintroductie
van bultsoorten het proces van hoogveenherstel
dan kunnen versnellen? Smolders et al. (2003) hebben
met hun experiment in een Iers hoogveen laten zien dat
geïntroduceerde plaggen bultvormende veenmossoorten
– Sphagnum magellanicum (hoogveenveenmos) en S.
papillosum (wrattig veenmos) – zich handhaven en zelfs
uitbreiden. De getransplanteerde stukken veenmateriaal
waren echter relatief groot (500 vierkante centimeter),
wat de toepassing van deze methode in hoogveenherstel
vrij arbeidsintensief en kostbaar maakt. Hoewel beter
toepasbaar, blijkt transplantatie van diasporen in de vorm van kleine stukjes veenmos veel minder succesvol.
Slechts in enkele gevallen zijn de mossen in staat zich te
handhaven of enigszins uit te breiden (Tomassen et al.,
2004). Herintroductie van bultsoorten in Nederlandse
hoogvenen lijkt dus een moeizame zaak. In een poging
om de knelpunten beter te begrijpen zullen we eerst dieper
ingaan op de processen die essentieel zijn voor het
functioneren van hoogvenen.

Stabiliteit van bulten en slenken.

Verandering van de dikte van een veenlaag wordt in belangrijke
mate bepaald door drie processen: toevoer van dood
organisch materiaal (productie), verlies van organisch materiaal
(decompositie) en inklinking van de veenlaag (compactie).
De dikte van de veenlaag neemt toe wanneer op
langere termijn de productie groter is dan decompositie en
compactie. Binnen een hoogveen verschillen de snelheden
waarmee deze processen zich afspelen aanzienlijk (Ohlson
& Okland, 1998). Een belangrijke factor daarbij is de
dikte van de acrotelm (Belyea & Clymo, 2001), die grofweg
overeenkomt met de afstand van het veenmosoppervlak tot
het laagste niveau van het freatisch water. In een uitgebreid
veldexperiment in een Schots hoogveen zijn productie, decompositie
en compactie gemeten over een gradiënt van
verschillende acrotelm diktes (Belyea & Clymo 2001). Uit
dit onderzoek blijkt dat de successie in venen tendeert naar
twee verschillende toestanden. Enerzijds is dat een natte
toestand (slenk) met een lage productie van organisch materiaal
en een lage microbiële afbraak. Anderzijds is dat een
relatief droge toestand (bult) met een hoge productie van
organisch materiaal en ook een hoge microbiële afbraak.
Deze resultaten werden door deze auteurs gebruikt voor de
parameterisatie van een model dat voorspelt dat zowel de
bult- als de slenktoestand stabiel is. Na verstoring ontwikkelen
bulten en slenken zich in de richting van de situatie
vóór de perturbatie en keren daarin na verloop van tijd te-rug. Met andere woorden, zowel bulten als slenken kennen
een zekere mate van veerkracht ten opzichte van verstoringen.
De resultaten van de Schotse modelstudie zijn samengevat
in het linkerpaneel van figuur 1. Hierin is te zien dat
voor een bepaald bereik in netto wateropslag (het verschil
tussen neerslagoverschot en afvoer door drainage) er zowel
een natte (de grijze lijn) als een droge (de zwarte lijn)
stabiele toestand mogelijk is. Tussen de twee evenwichten
ligt een instabiel evenwicht (de zwarte stippellijn), en deze
lijn bepaalt de grens waarboven een plek zal doorgroeien
tot een bult. Onder deze grens zal de plek vernatten tot een
slenk.
Het model van Belyea & Clymo (2001) verklaart de stabiliteit
van bulten en slenken in een Schots hoogveen en op
een kleine ruimtelijke schaal. Hoe relevant zijn deze uitkomsten
voor andere hoogvenen en ruimtelijke schalen?

Het belang van een divers hoogveen.

Intacte hoogvenen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van een patroon van microtopografische elementen, of
microhabitats, die variëren van natte depressies (slenken) en iets drogere, maar regelmatig geïnundeerde vlakke delen tot
droge bulten. Elk van deze habitats wordt gekenmerkt door een verschillende set van veenmossoorten. Niet alleen vanuit
botanisch oogpunt is een breed scala aan veenmossen en habitats belangrijk; een grote diversiteit aan habitats werkt
ook positief voor de hoogveenfauna (Verberk & Esselink, 2003). Door haar verscheidenheid aan eigenschappen draagt een
grote diversiteit van veenmossen ook bij aan het zelfregulerende vermogen van hoogvenen. Doordat de samenstelling van
soorten en van microhabitats in hoogveen dynamisch is en afhangt van factoren zoals neerslag en temperatuur, verhoogt
een ruimtelijk divers patroon de veerkracht en stabiliteit van het ecosysteem, waardoor veranderende milieufactoren (bijvoorbeeld
klimaatverandering) minder vat hebben op het functioneren van het systeem (Riutta et al., 2007). Dit laatste
werd elegant geïllustreerd door Kivimäki et al. (2008), die laten zien dat een grote diversiteit aan functionele plantengroepen
(zowel slenk- en bultvormende veenmossen als de vaatplanten die deze microhabitats koloniseren) bijdraagt aan
een grotere capaciteit om koolstof op te slaan.

Hoogveenherstel in Nederland: van
droom naar werkelijkheid.
De in Nederland overgebleven hoogveenrestanten vertonen
een relatief geringe diversiteit aan veenmossen en
in de herstelprojecten blijft de veenvegetatie vaak in een
slenkstadium steken. De theoretische modellen geven
een mogelijke verklaring voor de moeizame vestiging van
bultsoorten in Nederlandse hoogvenen: er is een aanzienlijke
perturbatie nodig om van een slenk- naar een bultsituatie
te gaan. Deze modellen zijn echter niet gedetailleerd
genoeg om de cruciale onderliggende processen te
identificeren. Vervolgens hebben we recent empirisch
onderzoek besproken dat er op duidt dat sterke interspecifieke
competitie tussen veenmossoorten om (regen)water
gedurende droge perioden, een cruciaal proces is. De
resultaten van het genoemde transplantatie experiment
laten zien dat het succes van veenmostransplantatie afhankelijk
is van het vermogen van deze transplantaten om hun eigen ideale omgeving te creëren. Het gekozen transplantaat
moet daartoe een bepaalde minimum oppervlakte
bezitten. Een belangrijke vraag die nu beantwoord moet
worden is dus: wat is de minimaal benodigde oppervlakte
van transplantaten om een herintroductie van bultsoorten
kansrijk te maken? Het zal moeilijk zijn om deze vraag alleen
met experimenten te beantwoorden, omdat het antwoord
afhangt van gebiedsspecifieke omstandigheden en
hydrologie. Daarom lijkt het ons waardevol om de resultaten
van recent empirisch onderzoek weer terug te koppelen
naar de eerder beschreven modellen. Een dergelijke
combinatie van modellen en experimenten (samengevat
in figuur 5) kan gebruikt worden om gebiedsspecifieke
strategieën voor hoogveenherstel te ontwikkelen. Ons
onderzoek laat zien dat naast het creëren van gunstige
omstandigheden voor veenmosgroei, herintroductie van
bultvormende veenmossen kan leiden tot het doorbreken
van de stagnatie in het Nederlandse hoogveenherstel,
waarmee een noodzakelijke stap voorwaarts gezet wordt
om van onze droom, ècht werkelijkheid te maken.
Dank
Het onderzoek van B.J.M. Robroek is financieel gesteund
door Staatsbosbeheer, de Nederlandse stichting tot behoud
van Ierse venen en NWO-Waterproject 857.00.010;
dat van M.B. Eppinga door een VIDI beurs, die door de
Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
(NWO-ALW) is toegekend aan Max Rietkerk (Universiteit
Utrecht).

Voor het hele verhaal zie:

Klik om toegang te krijgen tot 2009-1_017-026.pdf

Meer commentaar zie:

https://www.hoogveenherstel.nl/overzicht-gebieden/bargerveen/

Open brief aan mevrouw Houwing en de Bargerveen Commissie.

Open brief aan mevrouw Houwing en de Bargerveen Commissie.

Geachte mevr. Houwing,

Omdat protesteren tegen de bufferzone, bij de commissie waar u voorzitter van bent, geen zin meer heeft,( als het dat al ooit heeft gehad??), doe ik het maar zo.

Afgelopen dinsdag 4 maart was ik aanwezig bij de voorlichtingsavond over het Bargerveen waar u, naar uw eigen zeggen onafhankelijk voorzitter was.
We kregen daar uitleg over de te volgen procedures en de samenstelling van de diverse commissies.
Op een vraag van een lid van dorpsbelangen waarom er geen afgevaardigde van de dorpsbelangen in de commissie zat, werd door dat de spreker duidelijk gemaakt met de volgende uitspraak: “Dat zou u niet moeten willen want dan word diegene door de hele dorpsgemeenschap verantwoordelijk gesteld voor eventuele besluiten”. Hieruit blijkt duidelijk dat men liever geen kritische commissieleden heeft want dat is alleen maar lastig. (Zo heb ik o.a. uit betrouwbare bron vernomen dat uitgesproken tegenstanders van uitbreiding (lees Bufferzones) van het Bargerveen geen schijn van kans hadden in de diverse commissies t.a.v het Bargerveen). Bovendien, zo werd gesteld door de woordvoerder, word diegene dan mede verantwoordelijk gesteld voor eventuele besluiten. Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop, want de besluiten liggen al vast en zijn door de politiek besloten. Hij probeerde daarmee eventuele kritische commissieleden te demotiveren door hen te proberen de schuld (van iets nadelig`s voor het hele dorp) in de schoenen te schuiven waar ze niet om hebben gevraagd, ja zelfs in feite part noch deel aan hebben. Dat is een bijzonder kwalijke zaak, het heeft iets weg van een Polit-bureau, het “ons kent ons” circuit waar de neuzen allemaal dezelfde kant op staan en kritische buitenstaanders worden geweerd. Je hebt als eventueel commissielid toch al geen enkele speelruimte om een andere kant op de sturen. Nu hadden we die indruk echter ook al lang voordat het besluit over de bufferzone werd genomen.

Want wees eens heel eerlijk naar uzelf mevrouw Houwing, hebben de 2 kritische afgevaardigden met hun achterban uit de landbouw ooit enig tegenwicht kunnen bieden aan de massieve druk en lobby van de natuur en milieuorganisaties en de eventuele politieke ambitieuze prestigieuze plannen van sommigen politici die graag een persoonlijk stempel op het hele gebeuren rond het Bargerveen hebben willen drukken?? Tegen eerdere afspraken in, waarbij de Stheemanstraat als zuidgrens werd gemarkeerd, is ook de nieuwe bufferzone gewoon weer een stukje uitbreiding van het Bargerveen in plaats van een bufferzone met beheersovereenkomsten.

Want waar gaat het hele circus nou eigenlijk om? Om het plantje (veenmos) dat verantwoordelijk is voor het levend hoogveen en waarvoor volgens natuurbeheerders een stabiele waterspiegel noodzakelijk is. Is dat waar? Daarvoor moeten we eerst even kijken naar de eigenschappen van het veenmos, ( Sphagnum cuspidatum) waar er ca 200 soorten van bestaan en er in het Bargerveen inmiddels weer 15 soorten zijn waargenomen.

*Het veenmos moet het uitsluitend hebben van regenwater.(Gemiddeld valt er jaarlijks in Nederland ruim 800 mm regen, dat is 800 liter per m2, 8000 m3 per ha. ofwel ruim 18 miljoen m3 voor het hele Bargerveen, elk jaar weer)!
*Veenmos is een kleine, primitieve sporenplant die tot 25 keer haar eigen gewicht aan (regen)water kan vasthouden.
*Door speciale wateropnemende cellen werkt veenmos als een soort spons die het water meters boven het grondwaterpeil van de omgeving kan uittillen en regenwater kan vasthouden.
*Door deze eigenschap is veenmos niet strikt gebonden aan natte leefgebieden, maar kan het ook in drogere omstandigheden groeien: door water op te slaan creëert veenmos immers zijn eigen natte milieu.
*Veenmos groeit aan de bovenkant aan, terwijl het aan de onderkant afsterft. Zo ontstaat er een dikke laag dood plantmateriaal dat veen wordt genoemd.
*Het kan enige beschaduwing verdragen, en verkleurt dan meestal naar groen.
* Ook kan de plant tegen een korte, tijdelijke verdroging!
* Ook al sterft de plant af, door de conserverende werking worden de zaden goed bewaard en komen bij gunstige omstandigheden weer tot ontkieming.

De grote vraag die dit oproept is natuurlijk, hoe belangrijk is die stabiele waterspiegel nou eigenlijk? En wat is het verwachtte effect er op, want dat was toch wel het belangrijkste argument voor de bufferzone.

In het rapport Advies over de bufferzone kom ik o.a. het volgende tegen.

Advies over bufferzone Bargerveen.
Deskundigenteam Nat zandlandschap en het voormalige deskundigenteam Hoogvenen
Drs. G.A. van Duinen, Dr. A.J.M. Jansen (redactie), Prof. dr. J.G.M. Roelofs, Dr. S. van
der Schaaf , Dr. J. Schouwenaars.
Citaat: “De gemiddelde wegzijging in de genoemde 700 meter-zone (ad zuidgrens binnen het reservaat) is berekend op ongeveer 0.37 mm. per dag”.
Berekende effect van een bufferzone van 500 meter:
“De wegzijging in de 700 meter zone wordt dan berekend op ongeveer 0.31 mm per dag”.

Omgerekend in het eerste geval is dit dus 135 mm op jaarbasis).
Na realisering van de bufferzone wordt de wegzijging dan 115 mm op jaarbasis.
In feite wordt dus voor een reductie van de wegzijging van slechts 20 mm de bufferzone aangelegd?

Dat kan toch niet waar zijn? Is dit het effect van de maatregel dat het Bargerveen van een eventuele verdroging moet redden? Geen enkel weldenkend mens zal op basis van een gedegen kosten/baten analyse tot dit besluit zijn gekomen. Maar in de politiek en met name als het gaat om natuur gelden er andere maatstaven. Bovendien, zo blijkt, spelen er persoonlijke ambities van sommige politici mee. Zoals blijkt uit een reactie in de rechtszaal van Rein Munniksma op een protesteren procederend agrariër;
” Hoe je ook protesteert en tegenstribbelt, ik ga die bufferzone doen!”

Nee, die bufferzone gaat het Bargerveen niet redden van die vermeende verdroging, het enige dat het wel gaat redden is het ego van de Groene Kmher!

http://www.wereldnatuurbestrijdingsfonds.nl/groene-khmer.html

Zie ook: https://zwetsmajoor.wordpress.com/2014/05/05/miljoenendans-rond-het-bargerveen-deel-1/

Ook de LTO heeft altijd haar twijfels geuit over het nut van de bufferzone. Alle 200 bezwaarschriften van dorpsbewoners zijn uiteraard uiterst zorgvuldig behandeld, maar met alle argumenten en bezwaren tégen de bufferzone gewoon van tafel geveegd.
Al meer dan dertig jaar praten en vechten we voor een betere waterhuishouding voor het agrarisch gebied tussen de Europaweg en het Bargerveen. Al die tijd zijn er ook klachten over wateroverlast, elke winterweer, in de kom van het dorp. Water onder de huizen, schimmelend behang en vloerbedekking, tuinen die de hele winter blank staan. Eén goed afwateren de sloot door het dorp zou al veel overlast kunnen verhelpen. Ten noorden van de dorpskern, bij de ijsbaan ligt een diepe sloot, die echter ook de hele winter vol staat. Die mag niet droog lopen omwille van het Bargerveen. De klachten over wateroverlast zijn dus al jaren deels toe te schrijven aan maatregelen ten behoeven van de GGOR voor het Bargerveen. Nou beste mebr Houwing, met die GGOR veeg ik me reet af, want de overheid heeft naast haar zorg voor de natuur ook zorgplicht voor haar eigen onderdanen. Maar als een paar geitewollensokken figuren uit Verweggistan kunnen bepalen dat de gewenste grondwaterstand in een natuurgebied belangrijker is dan droge voeten voor de inwoners van aangrenzende dorpskernen, dan zijn we niet ver verwijderd van een Bolsjewistische Dictatuur.

En met de komst van de bufferzone kunnen we het waarschijnlijk helemaal wel vergeten, want zoals u zelf heeft kunnen aanhoren, er is beloofd dat het niet erger zal worden.Maar beloftes en afspraken aangaande het Bargerveen hebben weinig tot geen enkele waarde (De eerdere afspraak dat de op de bufferzone beheersovereenkomsten zouden worden afgesloten is inmiddels ook verbroken.). Er zijn echter wel afwateringsplannen gemaakt die zo rigoureus waren dat ze op veel weerstand stuiten, vooral van de kleine grondeigenaren. Bovendien werden er steeds meer voorwaarden aan verbonden en uiteindelijk werd het agrarisch en dorpsbelang tot één integraal geheel en herinrichting met het gebeuren rond het Bargerveen gesmolten. Met andere woorden, als wij ( Bargerveenliefhebbers) onze zin niet krijgen, dan jullie ook niet. De steeds maar weer aangehaalde bewering dat ook de landbouw er op vooruit gaat in het totale plaatje van de herinrichting is natuurlijke een drogreden. Ook zonder die onzinnige bufferzone kunnen wij tot een goede en zelfs veel betere herinrichting en goede ontwatering komen, dan wanneer er 250 ha van het geheel wordt weggesneden. Hoe durft iemand te beweren dat de plaatselijke landbouw er op vooruit gaat, als er in een tijd van schaalvergroting één derde van het areaal wordt onttrokken en de resterende bedrijven op slot worden gezet zodat die langzaam maar zeker doodbloeden? Het is voor mij werkelijk onbegrijpelijk dat iemand met een dergelijk niveau het vermeende belang van het Bargerveen gelijk durft te stellen met dat van de plaatselijke agrariërs. Heeft/had de spreker nog wel enig zicht op de realiteit?
Het ergste van alles zijn nog wel de onredelijke leugenachtige argumenten waarvoor die bufferzone er zou moeten komen, namelijk de mogelijke eventuele verdroging van het Bargerveen.

Noem u mij namelijk eens één situatie of scenario waarin het Bargerveen zou kunnen verdrogen of op zijn minst weer zou kunnen terugkeren in een vergelijkbare situatie van die van de grootschalige turfwinning van ruim 20 jaar geleden.

Rest mij voortdurend de prangende vraag: Welk een catastrofale natuurramp moet het Bargerveen treffen, die het onherstelbaar beschadigd waardoor het als geheel, met haar unieke flora en fauna, als reddeloos verloren kan worden beschouwd?

Tenzij er jaren geen regen meer valt of heel West Europa veranderd in een woestijn is het gevaar van verdroging van het Bargerveen absolute onzin.

De hele besluitvorming rondom het Bargerveen heeft alle ingrediënten van een hype!
(Een hype is een verschijnsel dat tijdelijk bovenmatige media-aandacht krijgt ( al dan niet geholpen door doelbewuste propaganda) en daardoor belangrijker lijkt dan het in werkelijkheid is. Het gevolg van dit zichzelf versterkende mechanisme kan zijn dat iets dat zich als een ogenschijnlijk verwaarloosbare kleinigheid voordoet, uitgroeit tot een werkelijk belangwekkend verschijnsel).

Geachte mevrouw Houwing en overige commissieleden ik doe hiermee een dringend beroep op ieders integere en gezonde verstand en ik hoop dat u en de commissieleden zich terdege realiseren waarvoor u zich eigenlijk leent of laat gebruiken.

Help, het Bargerveen verdroogd!

Nieuwe ontwikkelingen voor het Bargerveen.  Bij de eerste berichten over een bufferzone ten zuiden van het Bargerveen ging het nog om een  natte overgangszone, met een beperkte  agrarische functie cq beheersovereenkomst voor de eigenaren. Na twee jaar was de bufferzone al bij het Bargerveen ingelijfd als zijnde een noodzakelijke  natte uitbreiding van het Bargerveen. Eind 2017 was een verhoogde waterstand van de bufferzone ook niet meer voldoende en wordt het hele gebied van de bufferzone gewoon onder water gezet.

BargerveenInleiding.

Het Bargerveen is een uniek en prachtig hoogveenreservaat in Zuid-Oost Drenthe.
Het Bargerveen, dat midden in ’t Veenland ligt, is één van de twee gebieden in Nederland waar nog levend hoogveen is. Slechts een restant en niet meer in perfecte staat. Van de oorspronkelijke mosrijke begroeiing was tot voor kort geen sprake meer. De vegetatie bestond grotendeels uit vochtige en droge hei en berkenbos. Vanaf 1968 groeide het besef dat zonder ingrijpen een kostbaar stuk natuur verloren dreigde te gaan en daarmee allerlei unieke planten- en diersoorten. Een deel van het veengebied Bargerveen werd opgekocht door de overheid en overgedragen aan Staatsbosbeheer.
Dat het Bargerveen een uniek en een prachtig stukje natuur is, daar zijn vriend en vijand het wel over eens.

Probleemstelling.

Probleem is volgens de deskundigen, ergens diep in de ondergrond zit een lek en sijpelt het water langzaam uit het Bargerveen, dus het Bargerveen droogt uit, aldus de deskundigen, daarbij ondersteund door dure rapporten waarvan de betrouwbaarheid van uitkomst moeilijk te controleren valt. Om deze vermeende “verdroging” tegen te gaan hebben de natuurbeheerders het onzalige plan opgevat om een “natte” bufferzone ten zuiden van het reservaat aan te leggen, een nogal ingrijpende kostbare zaak die 250 ha goede landbouwgrond opslokt.

Bescherming uniek hoogveengebied.

Maatregelen in en rond het Bargerveen moeten voorkomen dat het hoogveen dat in honderden jaren is ontstaan door verdroging verloren gaat. Daarvoor is een grote bufferzone van 250 ha nodig aan de zuidkant van het Bargerveen.

http://www.provincie.drenthe.nl/actueel/nieuwsberichten/@105057/forse-opdracht/

Veronderstellingen aangaande de verdroging van het Bargerveen en de mogelijke gevolgen.
Het begint met de veronderstelling: Als!! “Als het Bargerveen verdroogt”, en dan volgen er een aantal aaneenschakelingen van mogelijke gevolgen die een rampscenario voor het Bargerveen moeten voorstellen.
Hier een uitspraak van Rein Munniksma: “Als dat het Bargerveen eenmaal droog komt te staan en het veen inklinkt, is het reddeloos verloren”.

“Eén droge zomer en de herstelwerkzaamheden zijn weer terug bij af”, dat is wat ecologisch adviseur Dolf Logeman zelfs durft te beweren in zijn blog.
http://www.dolfsnatuurblog.nl/het-bargerveen-waarom-ook-alweer/

Analyse.

Pardon? Het Bargerveen weer uitdrogen? Is het echt waar, wat Logeman en de gedeputeerde hier met droge ogen beweren? En het antwoord op deze vraag is zeer belangrijk, het zijn immers deze argumenten die de aanleg van een bufferzone rechtvaardigen! Dat rampscenario, als gevolg van uitdrogen, is daar enig bewijs voor? Hoe groot is de kans dat het Bargerveen weer zo droog komt te staan als pakweg 20 jaar geleden? Hoe groot is de kans op een calamiteit van tientallen droge jaren? Hoe erg en rampzalig is dat dan?

Foto’s: Machinaal turfgraven Bargerveen.

Volgens mij hebben we vergelijkingsmateriaal uit het verleden. Het Bargerveen heeft namelijk meer dan een halve eeuw droog gestaan ten behoeve van de turfwinning, daarvoor werden diepe sloten gegraven voor de totale afwatering tot op het zand. In de zomer joegen dikke stofwolken over het turfwinningsgebied. Is daar iets van bekend van blijvende schade aan het veenpakket? Naar de uitspraken en maatstaven van Munniksma en Logeman zou het Bargerveen nu dus, na de droge zomer van 2018 als reddeloos verloren moeten worden beschouwd. Volgens andere deskundigen gaat het echter helemaal niet slecht met de flora en fauna, het veen en de veenvorming in het nieuwe natuurgebied.

Foto: De uitzonderlijk droge omstandigheden in het Bargerveen tijdens de turfwinning.

Amper 20 jaar nadat de laatste turf werd afgegraven spreken diverse enthousiaste commentaren heel andere taal .
Citaat. ”Na Verschillende maatregelen, zoals het omhoog brengen van het waterpeil door een dammenstelsel, hadden tot doel het veen nieuw leven in te blazen. En met succes!
In de ondiepe, natuurlijke bassins die door de indamming ontstonden, vond explosieve groei van veenmos plaats. Natuurbeheerders waren razend enthousiast.” Bron:
http://www.stobbe.nl/actiepagina/bargerveen

Hier een fragment uit het document:
Document PAS-analyse aangepast Herstelstrategieën voor Bargerveen.

Deze analyse is opgesteld door Erwin Adema, Willem Molenaar, Sies Krap en Arjan Stroo.
De herziening, dat wil zeggen de aanvulling en het up-to-date maken, is gedaan door Arnout-Jan
Rossenaar met medewerking van Sies Krap, Erwin Adema en Jobien Veninga (december 2012).
Dolf Logemann heeft deze versie aangevuld met vogels en de maatregelen uit het beheerplan
(versie mei 2013).

“Het OBN-Deskundigenteam stelde tijdens een veldbezoek in februari 2013 vast dat er een flinke groei zit in het areaal actief hoogveen in het Bargerveen en dat ook elders de omstandigheden voor actief hoogveen snel gunstiger worden (Jansen, A.J.M, c.s. 2013). Uit dit verslag komt ook de volgende beschrijving:
Ten opzichte van de eerste veenmoskartering in 1987 is er in de hoogveenkern van het Meerstalblok nauwelijks nog open water met Waterveenmos. De compartimenten tussen de dijkjes zijn anno 2013 dichtgegroeid met dikke kraggen met uitgestrekte vlakten (lawns) van fraai veenmos ontstaan met veenpluis en witte snavelbies als aspectbepalende soorten en hier en daar vijfrijig veenmos en de eerste bultvormende veenmossen (wrattig veenmos, soms hoogveenveenmos).
In de oudste bassins uit 1970 blijft de ontwikkeling van actief hoogveen nog achter. Een mogelijke oorzaak is de moeizame verbreiding van de bultvormende soorten. Waar wrattig veenmos en hoogveen-veenmos zijn geïntroduceerd, blijken deze soorten zich wel uit te breiden.
Het lijkt er op dat de omstandigheden in de oudste bassins wel geschikt zijn voor de groei van de bultvormende veenmossen, maar dat ze deze nog niet goed hebben kunnen bereiken. In de natte heide ten westen van de grote meerstal zijn sinds 1986 twee grote vlakken met actief hoogveen ontstaan uit een veenmosrijke natte heide. In vergelijking met 1986 zijn deze vlakken ook veel natter geworden”.

U ziet, de diverse analysen spreken zichzelf tegen.

Bron: http://www.geologievannederland.nl/fossielen/planten/veenmos.

De grote vraag die dit oproept is natuurlijk, hoe belangrijk is die stabiele waterspiegel nou eigenlijk? Daarvoor moeten we even kijken hoe ( levend) hoogveen zich vormt en de eigenschappen van het veenmos dat daarvoor verantwoordelijk is.

“Laagvenen worden gevoed door zowel het grondwater als het regenwater. Hoogvenen zijn sterk vernatte ecosystemen die uitsluitend gevoed worden door regenwater””

Bron: http://www.kennislink.nl/publicaties/microbiele-diversiteit-in-hoogvenen

Eigenschappen veenmos.

Samenvatting van de eigenschappen van het veenmos, (Sphagnum cuspidatum) waarvan er ca 200 soorten bestaan en er in het Bargerveen inmiddels weer 15 soorten zijn waargenomen.

*Het veenmos voedt zich uitsluitend met regenwater.
*Veenmos is een kleine, primitieve sporenplant die to 25 keer haar eigen gewicht aan (regen)water kan vasthouden.
*Door speciale water opnemende cellen werkt veenmos als een soort spons die het water meters boven het grondwaterpeil van de omgeving kan uittillen en regenwater kan vasthouden.
*Door deze eigenschap is veenmos niet strikt gebonden aan natte leefgebieden, maar kan het ook in drogere omstandigheden groeien: door water op te slaan creëert veenmos immers zijn eigen natte milieu.
*Veenmos groeit aan de bovenkant aan, terwijl het aan de onderkant afsterft. Zo ontstaat er een dikke laag dood plantmateriaal dat veen wordt genoemd.
*Het kan enige beschaduwing verdragen, en verkleurt dan meestal naar groen.
* Ook kan de plant tegen een korte, tijdelijke verdroging!
*Op het moment dat zich een nieuwe acrotelm (de laag van levende veenmossen vormt samen met de direct daaronder gelegen laag van recent afgestorven veen de zogenoemde acrotelm), heeft kunnen ontwikkelen, zal het systeem zelf schommelingen in de waterstand kunnen reguleren en is daarmee veel minder kwetsbaar voor waterstandfluctuaties.
* Ook al sterft de plant af, door de aseptische conserverende werking worden de zaden (sporen) goed bewaard en komen bij gunstige omstandigheden weer tot ontkieming.

Bron:

Klik om toegang te krijgen tot Tomassen-DLN-2014.pdf

Veenvorming in Zuid Oost Drenthe.

“Pas na 3100 v.Chr. kreeg de eigenlijke hoogveenvorming de overhand en ging zich geleidelijk ook over de hoge delen in de Hunze laagte verspreiden. Het moeras en bosvenen werden bedekt met een dikke laag veenmossen, die in staat zijn om het regenwater vast te houden. Op die wijze vormde het veen een eigen waterspiegel en kon zich onafhankelijk van het grondwater verder ontwikkelen.”

Bargerveen

Bron. Het ontstaan van veen: https://www.emmer-compascuum.com/ontstaan-van-veen

Even een klein uitstapje: Misschien heeft u het wel een gezien, die volledig met mos begroeide rieten daken of zelfs op dakpannen, waar door de loop der jaren het stof en de vogelmest in de spleetjes zich ophoopte en kleine mospolletjes zich ontwikkelden. Ik heb ze ook op het dak, in de beschutting van bomen wat meer dan in de volle zon. Langzaamaan worden ze zo groot als een kleine voetbal, het gaat niet snel, maar het groeit. Er heerst daar voor de ontwikkeling van mos geen zogenaamde gunstige habitat daar op dat dak, de meeste dagen van het jaar is het daar kurkdroog.

(Veen)mos groeit dus ook onder uitzonderlijke droge omstandigheden.

En daar, beste dames en heren, daar hebben we het bewijs, het tegendeel van wat o.a. Munniksma en Logeman beweren.

Maar wat is nu het verwachtte effect van de bufferzone op de grondwaterstand, want dat was toch wel het belangrijkste argument voor de bufferzone.

In het rapport Advies over de bufferzone kom ik o.a. het volgende tegen.

Advies over bufferzone Bargerveen.
Deskundigenteam Nat zandlandschap en het voormalige deskundigenteam Hoogvenen
Drs. G.A. van Duinen, Dr. A.J.M. Jansen (redactie), Prof. dr. J.G.M. Roelofs, Dr. S. van
der Schaaf , Dr. J. Schouwenaars.

Citaat: “De gemiddelde wegzijging in de genoemde 700 meter-zone (ad zuidgrens binnen het reservaat) is berekend op ongeveer 0.37 mm. per dag”. Omgerekend dus 135 mm op jaarbasis.

Berekende effect van een bufferzone van 500 meter: “De wegzijging in de 700 meter zone wordt dan berekend op ongeveer 0.31 mm per dag”. Ofwel 115 mm op jaarbasis.  Een verschil van  20 mm op jaarbasis. (Let wel, dit zijn berekeningen, geen garanties). Dus in een land waar redelijk verdeeld over het jaar ruim 800 mm regen valt, gaat een (verwachtte) reductie van 20 mm het veenmos en het Bargerveen redden?

Dat kan toch niet waar zijn? Geen enkel weldenkend mens zal op basis van een gedegen kosten/baten analyse tot dit besluit zijn gekomen. Maar in de politiek en met name als het gaat om natuur gelden er andere maatstaven. Bovendien, zo blijkt, spelen er persoonlijke ambities van sommige politici mee. Zoals blijkt uit een reactie in de rechtszaal van Rein Munniksma tegen een aldaar protesterende en procederend agrariër;

” Hoe je ook protesteert en tegenstribbelt, die bufferzone, die ga ik doen!”

Conclusie.

Nee, die bufferzone gaat het Bargerveen niet redden van die quasi vermeende verdroging, het enige dat de bufferzone gaat redden is het ego van de Groene Kmher

Het offer voor het Bargerveen, (de kosten, 20 miljoen voor nieuwe bufferzone`s) zijn naar mijn mening buitenproportioneel, het ontbreekt de beheerders naar mijns inziens alle realiteitszin, zijn de rede en ratio volledig uit het oog verloren. In hun euforie over natuurbeheer is men kennelijk vergeten dat bv de Zuidpool en de Sahara met hun barre omstandigheden ook natuur is. Alleen, dat is niet de natuur die onze natuuraanbidders graag zien. Hun visie op natuur is dus behoorlijk selectief. Zij zetten in op biodiversiteit en willen een kunstmatige situatie herscheppen die alle voorgaande generaties hebben bestreden.

“De medische biologie toont bijvoorbeeld, hoe de wereld voor mensen veiliger werd met minder biodiversiteit. De entomoloog (insectkundige) Bart Knols –onder andere werkzaam voor het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam – beschreef in zijn boek ‘Mug’ hoe ons land afgelopen eeuw malariavrij werd. Dit lukte dankzij een gerichte overheidscampagne tegen met malariaparasieten besmette Anopheles-muskieten. Bestrijdingsmiddel DDT en ontginning van moerasgebied, waren de belangrijkste succesfactoren.””

“Jaarlijks overlijden zo’n 725.000 mensen aan muggensteken. Niet aan de jeukende bultjes die de Nederlandse muggen opleveren, maar aan de gemene virussen die muggen – vooral in de tropen – overbrengen. Denk aan malaria (600.000 doden per jaar), maar ook knokkelkoorts, gele koorts en een hersenontsteking die in Japan ‘de pest van het Oosten’ genoemd wordt, worden door muggen verspreid”. Bron: Trouw.

Je kunt niet meer streven naar omstandigheden van vroeger, de natuur zelf verandert. Maar dat schijnt onze verheven natuurbeheerders niet te deren. Zij hebben allang uitgestippeld wat er in hun privé paradijsje allemaal weer moet gaan groeien. Willen de natuurbeheerders misschien ook de prehistorische planten en reptielen, de wolharige neushoorn de mammoet of zelfs de Neanderthaler weer terug?

De geplande bufferzone, het nieuwe speeltje en prestigeobject van enkel politici, waaronder de heer Munniksma en mevrouw Tanja Klip, is letterlijk een hoofdpijndossier, ja een heuse nachtmerrie voor sommigen en komt meer en meer over op mij als een slechte boosaardige grap.
Het gaat dus helemaal niet slecht met het Bargerveen, maar volgens andere deskundigen gaat het niet goed genoeg. Ja natuurlijk, het kan altijd beter, hoe goed willen de natuurbeheerders het hebben dan? Is er door “rupsjenooitgenoeg” misschien ook een bovengrens aangegeven?
Niet om het een of ander, dat was me ook wel al duidelijk, de teerling is allang geworpen, inspraak is er slechts voor de vorm, om de omwonenden nog de indruk te geven dat ze mee mogen praten. Die inspraak, dat was natuurlijk een lachertje. De vraag is alleen, wat is het effect van al dat geld dat er tegenaan gegooid wordt? Als je de diverse internetpagina,s leest gaat het helemaal niet slecht met de ontwikkeling van het veen , flora en fauna. Maar waarom komt dat gegeven, het opmerkelijke herstellend vermogen van de natuur in het Bargerveen, dat elke leek en natuurliefhebber met eigen ogen kan aanschouwen. Waarom komt dat in al die dure rapporten, die bol staan van wollig taalgebruik en ongrijpbare kreten zo weinig uit de verf?

Wij begrijpen dat de keuzes die hebben geleid tot het besluit voor de bufferzone voor de meeste mensen, ogenschijnlijk een democratisch gestuurd proces was, dat past binnen de bestaande kaders. De procedures zijn in een vergevorderd stadium. Ook al waren de te volgen procedures correct, de besluiten kwamen heel wat minder democratische tot stand. Bij de te vormen commissies verzamelden zich belangstellenden, voornamelijk natuurminnende personen die elke maatregel ter bescherming van het Bargerveen toejuichen, ook al zijn de aangevoerde argumenten en feiten bijzonder twijfelachtig en soms zelfs misleidend. Een oud-waterschapsbestuurder die vanaf het eerste uur de opkomst van het idee voor een eventuele bufferzone meemaakte verklaarde, ” Het democratische gehalte van de besluitvorming rond de bufferzone is 0,0”. Kritische mensen, uitgesproken tegenstanders van de bufferzone werden systematisch geweerd uit de diverse commissies en zelfs openlijk gedemotiveerd. Uitsluitend mensen die “meedenken” waren welkom. ( zie verslag 4 maart, Open brief aan mevr. Houwing en Bargerveencommissie). Als de besluitvorming het gevolg is geweest van intensief lobby-werk en er bovendien aantoonbaar persoonlijk prestige in het spel is bij sommige politici, blijft het behaalde resultaat een lelijk ding en is het politiek gezien een aanfluiting voor de democratie. Qua werkwijze horen dit soort praktijken niet thuis in een rechtsstaat.

Het geeft me een erg onbehaaglijk gevoel over hoe het er in Nederland met de belangen van natuur-omwonenden om wordt gegaan.

Ik wil daarmee maar zeggen, elke leugen is te verkopen, als je het maar vaak genoeg herhaalt en een goed geoliede propagandamachine achter je hebt staan.

Wie stopt deze waanzin??

Meer info over hoogveenvorming in Nederland.

Klik om toegang te krijgen tot 2009-1_017-026.pdf

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag